Ambtelijke correspondentie (dienstbrief)
Origineel
Ambtelijke correspondentie (dienstbrief) 11 juni 1936 De Directeur der Publieke Werken, Raadhuis, Amsterdam [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. Sinna [?]
K. Müller
[Handgeschreven, midden boven:]
Verzonden 11/6
[Getypt, linksboven:]
46/45/5 M
[Getypt, rechts:]
D/G
11 Juni 1936
[Getypt, midden:]
den Heer Directeur
der Publieke Werken
Raadhuis
A l h i e r
[Getypt, hoofdtekst:]
In verband met de plannen, die in voorbereiding zyn om het café aan de Vischmarkt De Ruyterkade uit te breiden (vide Uw brief d.d. 13 Maart 1936 no.2272/Doss.8127 H.U.) verzoek ik U geen gevolg te geven aan myn bon d.d. 13 Mei jl. no.675 betreffende schilderwerk aan bovenbedoeld café (Uw brief d.d. 1 Mei jl. no.2487/Doss.8127 H.U. heeft hierop betrekking) alvorens U met my hieromtrent nader overleg hebt gepleegd.
De Directeur, Deze brief dient als een officieel verzoek tot het aanhouden van een onderhoudsopdracht. De kern van de zaak is de efficiëntie van de bedrijfsvoering: de afzender wil voorkomen dat er schilderwerk wordt uitgevoerd aan een pand (het café aan de Vischmarkt/De Ruyterkade) dat op korte termijn ingrijpend verbouwd of uitgebreid zal worden.
Het document illustreert de zorgvuldige administratieve weg die in de jaren '30 werd bewandeld. Er wordt verwezen naar een specifiek dossier (Doss. 8127 H.U.) en diverse eerdere brieven van maart en mei van datzelfde jaar. De term "jl." (jongstleden) geeft aan dat de genoemde data in het recente verleden liggen. De spelling ("zyn", "myn") is kenmerkend voor het Nederlands van voor de spellinghervorming van 1947. Het document moet geplaatst worden in de context van de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam in het interbellum. De locaties 'Vischmarkt' en 'De Ruyterkade' bevinden zich achter het Centraal Station, een gebied dat in die tijd volop in beweging was door de groeiende havenactiviteiten en stadsontwikkeling.
De communicatie vindt plaats tussen twee directeuren van gemeentelijke diensten. Het feit dat de brief is gericht aan het 'Raadhuis Alhier' (het huidige Paleis op de Dam deed toen geen dienst als stadhuis, het stadhuis bevond zich destijds aan de Oudezijds Voorburgwal) bevestigt de lokale Amsterdamse context. De brief toont aan hoe de verschillende afdelingen (Publieke Werken en de afzender) met elkaar communiceerden om kapitaalvernietiging te voorkomen door onderhoud en nieuwbouw op elkaar af te stemmen. M. Sinna Publieke Werken Stadhuis
Samenvatting
Deze brief dient als een officieel verzoek tot het aanhouden van een onderhoudsopdracht. De kern van de zaak is de efficiëntie van de bedrijfsvoering: de afzender wil voorkomen dat er schilderwerk wordt uitgevoerd aan een pand (het café aan de Vischmarkt/De Ruyterkade) dat op korte termijn ingrijpend verbouwd of uitgebreid zal worden.
Het document illustreert de zorgvuldige administratieve weg die in de jaren '30 werd bewandeld. Er wordt verwezen naar een specifiek dossier (Doss. 8127 H.U.) en diverse eerdere brieven van maart en mei van datzelfde jaar. De term "jl." (jongstleden) geeft aan dat de genoemde data in het recente verleden liggen. De spelling ("zyn", "myn") is kenmerkend voor het Nederlands van voor de spellinghervorming van 1947.
Historische Context
Het document moet geplaatst worden in de context van de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam in het interbellum. De locaties 'Vischmarkt' en 'De Ruyterkade' bevinden zich achter het Centraal Station, een gebied dat in die tijd volop in beweging was door de groeiende havenactiviteiten en stadsontwikkeling.
De communicatie vindt plaats tussen twee directeuren van gemeentelijke diensten. Het feit dat de brief is gericht aan het 'Raadhuis Alhier' (het huidige Paleis op de Dam deed toen geen dienst als stadhuis, het stadhuis bevond zich destijds aan de Oudezijds Voorburgwal) bevestigt de lokale Amsterdamse context. De brief toont aan hoe de verschillende afdelingen (Publieke Werken en de afzender) met elkaar communiceerden om kapitaalvernietiging te voorkomen door onderhoud en nieuwbouw op elkaar af te stemmen.