Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). 7 april 1936 (ontvangen/verwerkt op 8 april 1936). № 46/9/6 M. 1936 8/4
A'dam 7/4 1936
Mijnheer. W. Dir.
Bij desen heb ik een
vriendelijk verzoek
aan U, mijn wil is
goed maar het is
mij onmorglijk f 5-
per week te voldoen
daar de handel op
het oogenblik zoo
verschrikkelijk slecht
is, en ik zelfs geen
geld heb om naar
de markt te gaan
daar ik in het geheel
niets verdien. Nu
zou ik U beleefd
46? * Inhoud: De schrijver richt een beleefd verzoek aan een directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie zoals de Marktwezen of een ondersteuningsfonds). De kern van de brief is de onmacht om een wekelijkse betaling van 5 gulden te voldoen. De reden die hiervoor wordt opgegeven is de deplorabele staat van de handel op dat moment, waardoor de schrijver zelfs geen geld meer heeft om voorraad in te slaan of de markt te bezoeken.
* Schrifttype: Een vlot, enigszins informeel maar leesbaar cursief handschrift uit de jaren dertig.
* Stijl en Spelling: De brief bevat typische tijdsgebonden kenmerken, zoals de spelling "oogenblik" en "desen". De term "onmorglijk" is een fonetische of dialectische verschrijving van "onmogelijk". Het taalgebruik is nederig ("mijn wil is goed", "beleefd").
* Administratieve sporen: De paarse stempels en referentienummers bovenin duiden op een officiële archivering door een instantie. De datum "8/4" in de kop is waarschijnlijk de datum van ontvangst. De brief dateert uit 1936, een periode waarin Nederland nog volop in de greep was van de Grote Depressie. De economische crisis trof vooral kleine zelfstandigen en marktkooplieden hard. Veel mensen raakten in de schulden of konden hun standplaatsgelden en belastingen niet meer betalen. Dit document is een direct getuigenis van de persoonlijke armoede en de economische malaise in Amsterdam tijdens het interbellum. Het is waarschijnlijk afkomstig uit een dossier over kwijtschelding of betalingsregelingen van de gemeente. W. Dir Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver richt een beleefd verzoek aan een directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie zoals de Marktwezen of een ondersteuningsfonds). De kern van de brief is de onmacht om een wekelijkse betaling van 5 gulden te voldoen. De reden die hiervoor wordt opgegeven is de deplorabele staat van de handel op dat moment, waardoor de schrijver zelfs geen geld meer heeft om voorraad in te slaan of de markt te bezoeken.
- Schrifttype: Een vlot, enigszins informeel maar leesbaar cursief handschrift uit de jaren dertig.
- Stijl en Spelling: De brief bevat typische tijdsgebonden kenmerken, zoals de spelling "oogenblik" en "desen". De term "onmorglijk" is een fonetische of dialectische verschrijving van "onmogelijk". Het taalgebruik is nederig ("mijn wil is goed", "beleefd").
- Administratieve sporen: De paarse stempels en referentienummers bovenin duiden op een officiële archivering door een instantie. De datum "8/4" in de kop is waarschijnlijk de datum van ontvangst.
Historische Context
De brief dateert uit 1936, een periode waarin Nederland nog volop in de greep was van de Grote Depressie. De economische crisis trof vooral kleine zelfstandigen en marktkooplieden hard. Veel mensen raakten in de schulden of konden hun standplaatsgelden en belastingen niet meer betalen. Dit document is een direct getuigenis van de persoonlijke armoede en de economische malaise in Amsterdam tijdens het interbellum. Het is waarschijnlijk afkomstig uit een dossier over kwijtschelding of betalingsregelingen van de gemeente.