Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 28 maart 1938 B. Groenteman WelEdele Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam [Linksboven, paars stempel en inkt:]
№ 46 A/21/M. 1938 29/3
[Rechtsboven, inkt:]
m. Dit Ws
Amsterdam 28 Maart 1938
Wel Edele Heer Directeur
v/h Marktwezen
Bij deze ben ik, Ondergetekende
B. Groenteman, wonende Korte Houtstr.
33 alhier, zoo vrij, U het volgende
te verzoeken.
Het is mijn namelijk niet toege-
staan, om geen visch te koopen, als:
ik niet vooruit een bepaalt bedrag
stort. Daar dit mijn ter eene male
onmogelijk is, verzoek ik U. Edele
beleefd, om daar een herziening te
doen plaats vinden, zoodat ik weer
als voorheen, visch ken koopen zonder
vooruit geld te storten.
Ik verbindt hieraan echter de belofte,
dat ik, hetgeen ik koop, contant
betaal, en een herhaling wat vroeger
[Rechtsonder:]
46 * Inhoud: De heer B. Groenteman dient een verzoek in bij de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Hij beklaagt zich over een nieuwe regel of beperking waardoor hij verplicht is vooraf een borg of voorschot te betalen alvorens hij vis mag inkopen op de markt. Hij geeft aan dat dit financieel onmogelijk voor hem is en verzoekt om terugkeer naar de oude situatie. Als tegenprestatie belooft hij alle inkopen direct contant af te rekenen.
* Taal en Spelling: De brief is geschreven in de formele stijl van de late jaren '30. Opvallend zijn de archaïsche spellingen ("visch", "koopen", "zoodat") en enkele grammaticale eigenaardigheden/fouten die wijzen op een schrijver die wellicht minder geschoold was of vanuit spreektalig Amsterdams schreef (bijv. "mijn" in plaats van "mij", "ken" in plaats van "kan", en "ik verbindt" met een foutieve -t).
* Fysieke staat: Het document is goed leesbaar. De tekst lijkt aan de onderzijde abrupt af te breken ("wat vroeger..."), wat suggereert dat er mogelijk een tweede pagina was waarop de zin werd afgemaakt en de brief werd ondertekend. * Historische context: Het document stamt uit maart 1938. De afzender, B. Groenteman, woonde in de Korte Houtstraat 33. Dit was een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt (vlakbij het Waterlooplein). Veel bewoners van deze buurt waren werkzaam in de kleinhandel of als marktkoopman.
* Institutionele context: Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezicht hield op de markten in Amsterdam, waaronder de Centrale Markthallen. De maatregel waar Groenteman tegen ageert (het verplicht storten van een bedrag vooraf), was waarschijnlijk een kredietbeperkende maatregel om wanbetaling te voorkomen, wat in de crisisjaren '30 een reëel risico was voor de marktadministratie.
* Sociaal-economisch: De brief geeft een inkijkje in de precaire financiële positie van kleine zelfstandige handelaren in die tijd; het niet kunnen voorschieten van een bedrag kon direct de uitoefening van hun beroep onmogelijk maken. B. Groenteman U. Edele Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De heer B. Groenteman dient een verzoek in bij de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Hij beklaagt zich over een nieuwe regel of beperking waardoor hij verplicht is vooraf een borg of voorschot te betalen alvorens hij vis mag inkopen op de markt. Hij geeft aan dat dit financieel onmogelijk voor hem is en verzoekt om terugkeer naar de oude situatie. Als tegenprestatie belooft hij alle inkopen direct contant af te rekenen.
- Taal en Spelling: De brief is geschreven in de formele stijl van de late jaren '30. Opvallend zijn de archaïsche spellingen ("visch", "koopen", "zoodat") en enkele grammaticale eigenaardigheden/fouten die wijzen op een schrijver die wellicht minder geschoold was of vanuit spreektalig Amsterdams schreef (bijv. "mijn" in plaats van "mij", "ken" in plaats van "kan", en "ik verbindt" met een foutieve -t).
- Fysieke staat: Het document is goed leesbaar. De tekst lijkt aan de onderzijde abrupt af te breken ("wat vroeger..."), wat suggereert dat er mogelijk een tweede pagina was waarop de zin werd afgemaakt en de brief werd ondertekend.
Historische Context
- Historische context: Het document stamt uit maart 1938. De afzender, B. Groenteman, woonde in de Korte Houtstraat 33. Dit was een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt (vlakbij het Waterlooplein). Veel bewoners van deze buurt waren werkzaam in de kleinhandel of als marktkoopman.
- Institutionele context: Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezicht hield op de markten in Amsterdam, waaronder de Centrale Markthallen. De maatregel waar Groenteman tegen ageert (het verplicht storten van een bedrag vooraf), was waarschijnlijk een kredietbeperkende maatregel om wanbetaling te voorkomen, wat in de crisisjaren '30 een reëel risico was voor de marktadministratie.
- Sociaal-economisch: De brief geeft een inkijkje in de precaire financiële positie van kleine zelfstandige handelaren in die tijd; het niet kunnen voorschieten van een bedrag kon direct de uitoefening van hun beroep onmogelijk maken.