Ambbtelijk schrijven/voorstel (Bijblad), waarschijnlijk afkomstig van de Amsterdamse politie (Bureau Warmoesstraat).
Origineel
Ambbtelijk schrijven/voorstel (Bijblad), waarschijnlijk afkomstig van de Amsterdamse politie (Bureau Warmoesstraat). 22 maart 1940 (stempel), 27 maart 1940 (ondertekening). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46A/11/1 1940
DOORGEZONDEN: 22/3-'40
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Korte Houtstraat 31 III
118
[Hoofdtekst:]
In verband met de door B. Groenteman gepleegde
handelingen, stel ik U voor B Groenteman gedure-
de 14 dagen het recht van toegang tot de visch-
markt te ontzeggen.
Tevens geef ik U in overweging de Wet-
houder te verzoeken een besluit van Burge-
meester en Wethouders uit te lokken
waarbij B. Groenteman blijvend wordt
uitgesloten van het koopen - handelen -
op de Amsterdamsche markt.
[Onderzijde:]
Bureau Warmoesstr 41522. [paraf] 30/3/40
20/3/40 [paraf]
46 A/11/2 - 2
46 A/11/3
27-3-40
[Handtekening: De Boer] * Inhoud: Het document betreft een disciplinair voorstel tegen een zekere B. Groenteman. De schrijver stelt twee maatregelen voor naar aanleiding van niet nader gespecificeerde "gepleegde handelingen":
1. Een onmiddellijke ontzegging van de toegang tot de vismarkt voor de duur van 14 dagen.
2. Een verzoek aan de Wethouder om een officieel besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) te bewerkstelligen voor een permanente uitsluiting van alle Amsterdamse markten (zowel voor kopen als handelen).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en procedureel ("een besluit... uit te lokken"). De spelling "vischmarkt" en "Amsterdamsche" is conform de toenmalige spelling-De Vries en Te Winkel.
* Administratieve context: De verschillende data en dossiernummers (46A/11/1 t/m 3) wijzen op een lopend dossier dat door verschillende handen is gegaan binnen de Amsterdamse bureaucratie in de maand maart 1940. Dit document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting nog niet was begonnen, was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd. De naam "Groenteman" en het adres "Korte Houtstraat" (gelegen in de voormalige Jodenbuurt) suggereren dat de betrokkene van Joodse afkomst was.
In die periode werden marktkooplieden streng gecontroleerd op vergunningen en marktreglementen. De voorgestelde straf — een levenslang verbod op handel op álle Amsterdamse markten — is een zeer zware sanctie, wat erop wijst dat de "gepleegde handelingen" door de autoriteiten als een ernstige overtreding van de marktorde werden beschouwd. Het document illustreert de verregaande bevoegdheden die de politie en het stadsbestuur hadden om individuen broodroof op te leggen via administratieve weg. B. Groenteman M. No Marktwezen Politie
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een disciplinair voorstel tegen een zekere B. Groenteman. De schrijver stelt twee maatregelen voor naar aanleiding van niet nader gespecificeerde "gepleegde handelingen":
- Een onmiddellijke ontzegging van de toegang tot de vismarkt voor de duur van 14 dagen.
- Een verzoek aan de Wethouder om een officieel besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) te bewerkstelligen voor een permanente uitsluiting van alle Amsterdamse markten (zowel voor kopen als handelen).
- Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en procedureel ("een besluit... uit te lokken"). De spelling "vischmarkt" en "Amsterdamsche" is conform de toenmalige spelling-De Vries en Te Winkel.
- Administratieve context: De verschillende data en dossiernummers (46A/11/1 t/m 3) wijzen op een lopend dossier dat door verschillende handen is gegaan binnen de Amsterdamse bureaucratie in de maand maart 1940.
Historische Context
Dit document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting nog niet was begonnen, was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd. De naam "Groenteman" en het adres "Korte Houtstraat" (gelegen in de voormalige Jodenbuurt) suggereren dat de betrokkene van Joodse afkomst was.
In die periode werden marktkooplieden streng gecontroleerd op vergunningen en marktreglementen. De voorgestelde straf — een levenslang verbod op handel op álle Amsterdamse markten — is een zeer zware sanctie, wat erop wijst dat de "gepleegde handelingen" door de autoriteiten als een ernstige overtreding van de marktorde werden beschouwd. Het document illustreert de verregaande bevoegdheden die de politie en het stadsbestuur hadden om individuen broodroof op te leggen via administratieve weg.