Ambtelijk rapport/brief.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief. 22 maart 1940. Chef van de Gemeentelijke Vischmarkt (ondertekend door [A. Stam?]). [Links boven:]
№ 46 A / 11 / 1
Rapport.
[In potlood, diagonaal:]
Inschrijven
daarna
Insp.
[Midden boven, paars stempel:]
M. 1940 22/3
[Rechts boven:]
Amsterdam 22 Maart 1940.
[Body tekst:]
Donderdag 21 Maart ’40, is door den keur_
meester Snoek, afgekeurd ongeveer 150 pond
kleine tongetjes (slipjes genaamd), aangevoerd
door H. Wijnschenk. Deze tongetjes had Snoek
in de hal op elkaar neergezet. Een poosje later
kregen Snoek en ik van iemand een tip, dat
er een paar emmers vol van die tongetjes
waren weggenomen. Bij onderzoek door
Snoek, is gebleken dat het B. Groenteman.
was geweest en een ander had ze voor hem mee_
genomen. Keurmeester Snoek, is direct de stad
ingegaan en de politie meegenomen.
Zij troffen B. Groenteman aan op
het Waterlooplein, waar hij na veel vragen en
zoeken te weten kwamen waar de tongetjes waren.
Tegen B. Groenteman is ten slotte
proces verbaal opgemaakt wegens diefstal
en het doen verkopen van afgekeurde visch.
B. Groenteman was dien dag, voor
het eerst weer op de markt, na ruim een
half jaar niet geweest te zijn. Dit zijn eiglijk
personen, die hier niet thuis hooren,
wat U hier aan wilt doen, laat ik aan U over.
Hoogachtend.
[Handtekening: A. Stam]
Chef
Gem: Vischmarkt.
[Links onder:]
den WelEdelHeer
A. Th. de Boer.
Insp. Marktwezen
Amsterdam. Dit rapport doet verslag van een incident op de Amsterdamse vismarkt waarbij afgekeurde vis (circa 75 kg aan 'slipjes') werd gestolen met de intentie deze alsnog te verkopen. De vis was door keurmeester Snoek afgekeurd, wat betekent dat deze ongeschikt was voor menselijke consumptie.
De dader, B. Groenteman, wordt met hulp van de politie opgespoord op het Waterlooplein. Er is proces-verbaal opgemaakt voor diefstal en het verhandelen van ondeugdelijke waar. De toon van de rapporteur aan het einde van de brief is opvallend streng: hij bestempelt Groenteman als iemand die "hier niet thuis hoort" en suggereert indirect dat er bestuurlijke maatregelen tegen hem moeten worden genomen bovenop de strafrechtelijke vervolging. Het document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De vishandel was in die tijd een vitale sector in Amsterdam. De strikte controle door keurmeesters was essentieel voor de volksgezondheid, zeker bij bederfelijke producten zoals vis.
De genoemde locaties (de vismarkt en het Waterlooplein) en de namen van de betrokkenen (Wijnschenk en Groenteman) suggereren dat dit incident zich afspeelde binnen de sociaaleconomische context van de Joodse buurt in Amsterdam, waar het Waterlooplein het hart van de handel vormde. De opmerking over personen die er "niet thuis hooren" kan wijzen op de professionele frictie tussen de gevestigde handel op de vismarkt en de meer informele handelaren op de omliggende markten, maar kan in het licht van de naderende oorlog ook een scherper sociaal randje hebben gehad. A. Stam A. Th B. Groenteman H. Wijnschenk Marktwezen Politie