Archiefdocument
Origineel
Augustus 1940 (diverse data: 16-8 tot 29-8). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46H/11/10 1937/40
DOORGEZONDEN: 16/8
[Midden boven, rode inkt]
Z 46 A/11/11 M
[Rechtsboven]
621
ni door
29/8/40 [paraaf]
Advies sup.
[paraaf] 19-8-40 [paraaf]
Th. Stam
wat denkt U
ervan?
ThS
21/8/40
[Midden, eerste handschrift]
B. Groenteman heeft zich gedurende zijn straf, tot aan heden netjes gedragen. Hij is wel vaak voor het hek het buitenterrein geweest, maar kwam niet op het terrein. Volgens mij kon het niet erg zijn, als hij weer, tot de Vischhal werd toegelaten. —
[Ondertekening: Jac Stam?]
[Marge links]
wat een
vouw [?]
hij mocht
immers
niet op de
markt!
[Onderste gedeelte, tweede handschrift]
M.i. moet verzoek opnieuw worden afgewezen (zie ook vorige stukken). Groenteman heeft al zoo dikwijls moeilijkheden veroorzaakt, dat er voor ons thans geen reden behoeft te bestaan om genade voor recht te doen gelden. Het lijkt mij het beste, dat Directeur hieromtrent een beslissing neemt.
ThS 22/8 '40
[Voettekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document getuigt van een intern meningsverschil binnen een overheidsinstantie (waarschijnlijk de beheerder van een markt- of haventerrein) over de toegang van een zekere B. Groenteman.
- Positief advies: De eerste ambtenaar (Jac Stam) merkt op dat Groenteman zich tijdens zijn "straf" goed heeft gedragen en stelt voor hem weer toe te laten tot de "Vischhal".
- Negatief advies: De tweede functionaris (geparafeerd ThS) is resoluut tegen. Hij verwijst naar een dossier vol eerdere incidenten en stelt dat er geen enkele reden is voor "genade voor recht". Hij escaleert de zaak naar de directeur voor een definitief besluit.
- Conflictpunt: Uit de kantlijnnotitie blijkt dat Groenteman blijkbaar gesignaleerd is bij het hek, wat door de een als "netjes" (er net buiten blijven) en door de ander mogelijk als provocatie werd gezien ("hij mocht immers niet op de markt!"). De datering van augustus 1940 is cruciaal. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'Groenteman' is een bekende Joodse naam, specifiek in Amsterdam. Hoewel het document de achtergrond van de betrokkene niet expliciet benoemt, past de discussie over het ontzeggen van toegang tot de markt (de Vischhal) in de vroege fase van de bezetting, waarin Joodse marktkooplieden en burgers steeds vaker te maken kregen met uitsluiting en restricties. De onverbiddelijke toon van de tweede ambtenaar ("geen reden om genade voor recht te doen gelden") kan duiden op de verhardende ambtelijke houding in die periode. B. Groenteman M. No
Samenvatting
Het document getuigt van een intern meningsverschil binnen een overheidsinstantie (waarschijnlijk de beheerder van een markt- of haventerrein) over de toegang van een zekere B. Groenteman.
- Positief advies: De eerste ambtenaar (Jac Stam) merkt op dat Groenteman zich tijdens zijn "straf" goed heeft gedragen en stelt voor hem weer toe te laten tot de "Vischhal".
- Negatief advies: De tweede functionaris (geparafeerd ThS) is resoluut tegen. Hij verwijst naar een dossier vol eerdere incidenten en stelt dat er geen enkele reden is voor "genade voor recht". Hij escaleert de zaak naar de directeur voor een definitief besluit.
- Conflictpunt: Uit de kantlijnnotitie blijkt dat Groenteman blijkbaar gesignaleerd is bij het hek, wat door de een als "netjes" (er net buiten blijven) en door de ander mogelijk als provocatie werd gezien ("hij mocht immers niet op de markt!").
Historische Context
De datering van augustus 1940 is cruciaal. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'Groenteman' is een bekende Joodse naam, specifiek in Amsterdam. Hoewel het document de achtergrond van de betrokkene niet expliciet benoemt, past de discussie over het ontzeggen van toegang tot de markt (de Vischhal) in de vroege fase van de bezetting, waarin Joodse marktkooplieden en burgers steeds vaker te maken kregen met uitsluiting en restricties. De onverbiddelijke toon van de tweede ambtenaar ("geen reden om genade voor recht te doen gelden") kan duiden op de verhardende ambtelijke houding in die periode.