Archiefdocument
Origineel
27 juli 1940 M. Sierksma (Directeur van het Gemeentelijk Marktwezen, Amsterdam) De Directie der Nederlandsche Spoorwegen te Utrecht M. Sierksma
S/HG.
68/8/1 M.
27 Juli 1940.
de Directie der Nederlandsche
Spoorwegen
te
U T R E C H T .
In verband met bezwaren welke op een der pieren van de Centrale Markt worden ondervonden doordat wielen van karren, op het gedeelte spoor nabij het stootblok, in de groeven tusschen rail en contrarail bekneld raken, zouden wij gaarne toestemming van U ontvangen voor het leggen van eventueel door ons te maken vulstukken van hout of ijzer, in de groeven over een tekort gedeelte van het spoor. Deze vulstukken zouden telkens vóór den aanvang van de markt gelegd en na afloop daarvan weer door ons personeel worden weggenomen; zij zouden dus in de rails liggen uitsluitend gedurende den tijd dat ter plaatse geen spoorwagens worden gerangeerd.
Voor zoover aanwijzing ter plaatse door U gewenscht wordt, kan de door U aangewezen ambtenaar zich verstaan met den bedrijfschef der Centrale Markt, den heer J. Broerse.
De Directeur, Deze brief bevat een formeel verzoek van de leiding van de Amsterdamse Centrale Markt aan de Nederlandse Spoorwegen om een praktisch infrastructureel probleem op te lossen. Het probleem betreft de verkeersveiligheid en efficiëntie op het marktterrein: de smalle wielen van transportkarren komen vast te zitten in de spoorrails (specifiek in de flensgroeven).
De voorgestelde oplossing is pragmatisch: het plaatsen van tijdelijke vulstukken tijdens markturen. De afzender benadrukt dat dit de veiligheid van het spoorverkeer niet in gevaar brengt, aangezien de stukken worden verwijderd zodra er weer sprake is van treinbewegingen (rangeren).
Opvallend is de strikte scheiding tussen de verantwoordelijkheden van de markt (plaatsing en personeel) en de NS (toestemming en toezicht). De brief is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de vroege twintigste eeuw, gekenmerkt door een beleefde maar zakelijke toon en het gebruik van de toenmalige spelling (zoals "Nederlandsche" en "vóór den aanvang"). De brief dateert van juli 1940, slechts enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Desondanks toont het document aan dat de reguliere civiele administratie en het onderhoud van vitale stadsvoorzieningen, zoals de voedseldistributie via de Centrale Markt, onverminderd doorgingen.
De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) beschikte over een eigen spoorwegaansluiting voor de aanvoer van groenten, fruit en andere levensmiddelen. De interactie tussen het zware spoorverkeer en het lichtere interne transport (handkarren en paardenwagens) leidde vaker tot dergelijke operationele uitdagingen. De ondertekenaar, M. Sierksma, was een bekend figuur binnen de Amsterdamse gemeentelijke diensten en hield toezicht op de marktactiviteiten in een economisch en politiek zeer turbulente tijd. J. Broerse M. Sierksma Marktwezen