Doorslag van een getypte brief (officieel administratief schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel administratief schrijven). 6 juli 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie in Amsterdam). 90/42/2 M extra
VP/G.
6 Juli 1940.
den Heer J.J.Andriessen,
Govert Flinckstraat 237 I,
Amsterdam-Zuid.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 Juni jl. be-
richt ik U, dat ik er geen bezwaar tegen heb, dat U geduren-
de ten hoogste twee maanden na dato dezes Uw plaats op de
markt Mosplein niet bezet. Het terzake verschuldigde markt-
geld dient echter regelmatig wekelijks aan den dienstdoenden
marktambtenaar te worden betaald.
De Directeur, Deze brief is een officiële beschikking waarin de heer Andriessen toestemming krijgt om zijn marktplaats op het Mosplein in Amsterdam-Noord tijdelijk onbezet te laten. De toestemming geldt voor een periode van maximaal twee maanden vanaf de verzenddatum.
Opvallend is de strikte voorwaarde: hoewel hij er niet staat, moet hij wel wekelijks het verschuldigde marktgeld blijven betalen aan de marktambtenaar. Dit duidt op een beleid waarbij marktkooplieden hun rechten op een specifieke locatie konden behouden ("reserveren") tijdens afwezigheid, mits de financiële verplichtingen aan de gemeente werden nagekomen. De taal is formeel-ambtelijk, passend bij de tijdgeest (gebruik van "den Heer", "jl.", "na dato dezes"). Het document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt te zijn, is de tijdsperiode cruciaal. In Amsterdam werden markten streng gereguleerd. De markt op het Mosplein was een centrale ontmoetings- en handelsplaats in Amsterdam-Noord.
De reden voor het verzoek van de heer Andriessen om zijn plek twee maanden niet te bezetten wordt niet genoemd. In de context van 1940 kan dit variëren van persoonlijke omstandigheden tot de onzekere situatie door de oorlogssituatie. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren van Joodse afkomst; vanaf september 1940 (vlak na deze brief) zouden de eerste beperkende maatregelen voor Joodse markthandelaren van kracht worden, wat uiteindelijk leidde tot hun volledige uitsluiting van de reguliere markten. Of de heer Andriessen door deze specifieke maatregelen werd getroffen, is uit dit document alleen niet op te maken, maar de datum plaatst het verzoek aan de vooravond van grote maatschappelijke veranderingen in Amsterdam. J.J. Andriessen