Archief 745
Inventaris 745-340
Pagina 58
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

16 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 16 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). [Links boven, in rood potlood:] 90/52/2
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 16/7
[Rechts boven, handgeschreven:] C. de Laer
[Rechts boven, gestempeld:] HG.

16 Juli 1940.

Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 13 Juli jl., ondanks de U gegeven waarschuwing, niet tijdig - dat wil zeggen om 8.30 uur n.m. - met Uw goederen de markt aan het Mosplein had verlaten.

In verband met dit feit heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur,

Gezonden aan:
R.Witzenhausen, Jodenbreestraat 52 I 90/52/2 M.
D.vischjager, Nw.Prinsengracht 90 III 90/52/3 M.
W.v.d.Hoek, Zwanenburgwal 3 I 90/52/4 M.
M.Vischjager, Jodenbreestraat 41 III 90/52/6 M.
B.Zomerplaag, Louis Bothastraat 10 hs 90/52/5 M. Het document is een officiële berisping aan vijf marktkooplieden in Amsterdam. De overtreding was het niet tijdig verlaten van de markt op het Mosplein (Amsterdam-Noord) op zaterdag 13 juli 1940. Hoewel ze een waarschuwing hadden gekregen, waren zij na 20:30 uur nog aanwezig met hun goederen.

De opgelegde straf is een voorwaardelijke ontzegging van het recht om op de markt te staan voor de duur van één dag, met een proeftijd van één jaar. De brief is een standaardformulier waarbij de namen van de overtreders onderaan zijn toegevoegd voor de administratie.

Opvallend is de administratieve nauwkeurigheid: elk individu heeft een eigen dossiernummer (bijv. 90/52/2 M). Dit wijst op een streng toezicht op de Amsterdamse markten vlak na het begin van de bezetting. De datum, 16 juli 1940, is slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt (handhaving van marktregels), krijgt het een beladen lading wanneer men naar de geadresseerden kijkt.

De namen (Witzenhausen, Vischjager, Zomerplaag) en de adressen (Jodenbreestraat, Nieuwe Prinsengracht) duiden erop dat ten minste vier van de vijf geadresseerden van Joodse afkomst waren. De Jodenbreestraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen en beperkt worden tot specifieke "Joodse markten". Dit document illustreert hoe de ambtelijke molen, ook onder bezetting, onverstoord doordraaide met de handhaving van regels die later zouden overgaan in systematische uitsluiting en vervolging. De Mospleinmarkt was indertijd een belangrijke markt in Amsterdam-Noord waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden.

Samenvatting

Het document is een officiële berisping aan vijf marktkooplieden in Amsterdam. De overtreding was het niet tijdig verlaten van de markt op het Mosplein (Amsterdam-Noord) op zaterdag 13 juli 1940. Hoewel ze een waarschuwing hadden gekregen, waren zij na 20:30 uur nog aanwezig met hun goederen.

De opgelegde straf is een voorwaardelijke ontzegging van het recht om op de markt te staan voor de duur van één dag, met een proeftijd van één jaar. De brief is een standaardformulier waarbij de namen van de overtreders onderaan zijn toegevoegd voor de administratie.

Opvallend is de administratieve nauwkeurigheid: elk individu heeft een eigen dossiernummer (bijv. 90/52/2 M). Dit wijst op een streng toezicht op de Amsterdamse markten vlak na het begin van de bezetting.

Historische Context

De datum, 16 juli 1940, is slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt (handhaving van marktregels), krijgt het een beladen lading wanneer men naar de geadresseerden kijkt.

De namen (Witzenhausen, Vischjager, Zomerplaag) en de adressen (Jodenbreestraat, Nieuwe Prinsengracht) duiden erop dat ten minste vier van de vijf geadresseerden van Joodse afkomst waren. De Jodenbreestraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen en beperkt worden tot specifieke "Joodse markten". Dit document illustreert hoe de ambtelijke molen, ook onder bezetting, onverstoord doordraaide met de handhaving van regels die later zouden overgaan in systematische uitsluiting en vervolging. De Mospleinmarkt was indertijd een belangrijke markt in Amsterdam-Noord waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden.

Kooplieden in dit dossier 100

A.L. Schmidt Waterlooplein
Aaron en Schmidt *?* Waterlooplein
A.A. Cohen Waterlooplein 150
A.J. Leman Waterlooplein
A.M. Pid Waterlooplein
A.M. Pile Waterlooplein
A.Poggemeyer Waterlooplein
A.Poggemeyer Waterlooplein
G. Hengeltr Waterlooplein
A.v.d.Hengel Waterlooplein
B. Franschman Waterlooplein
B. Franschman Waterlooplein 200
B.Soester Waterlooplein
B.Soester [✓] Waterlooplein
J. van Goolingen Waterlooplein
B.v.Gool Waterlooplein
B.Westerbeek Waterlooplein
B.Westerbeek Waterlooplein
C.Blokdyk Waterlooplein
C.Blokdyk Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein
M. de Levie Waterlooplein
M. de Levie Waterlooplein
D. Franschman Waterlooplein
D. Franschman Waterlooplein 175
J. Vlasbloem Waterlooplein
J. Vlasbloem Waterlooplein
E. Bamberger Waterlooplein
E. Bamberger Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6