Administratieve notitie op een voorgedrukte bijlage (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve notitie op een voorgedrukte bijlage (Alg. Zaken Model No. 14). [Stempel linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 90/53 /1940
DOORGEZONDEN: 15/7
[Rechtsboven]
516
[Hoofdtekst]
S. de Leeuw - van Brink
Voorkeurskaart nr 508 Maasplein
3/7 '40 gewaarschuwd ~~plaats~~
gezegd te komen.
S. de Leeuw bij mij ontboden heeft
mij verzocht hem nog drie ~~weken~~ (3 zaterdagen)
uitstel te verleenen. Dus t/m 3 aug. a.s.
M.i. bestaat tegen inwilliging
van dit verzoek geen bezwaar.
[Aantekeningen rechterzijde]
3 weken uitstel verleend
17-7-’40
de Leer
p 19/7 9 uur
[Aantekeningen onderaan]
19-7-’40
de Leer
23/7-40
[Paraaf]
5 90/53/2
[Linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek om uitstel door een burger, S. de Leeuw - van Brink, wonende aan het Maasplein te Amsterdam.
- De persoon: Het betreft een houdster van een "Voorkeurskaart" (nummer 508). Voorkeurskaarten werden tijdens de vroege bezettingsjaren gebruikt in het distributiesysteem.
- De aanleiding: De betrokkene was op 3 juli 1940 gewaarschuwd om te verschijnen ("gezegd te komen"). Na te zijn ontboden door een ambtenaar (mogelijk de heer De Leer), heeft zij (of een vertegenwoordiger, de tekst spreekt over 'hem') verzocht om drie weken uitstel.
- Het specifieke verzoek: Er wordt specifiek gesproken over "3 zaterdagen" uitstel, tot en met 3 augustus. Het feit dat er specifiek om zaterdagen wordt gevraagd, kan wijzen op een religieuze reden (Sjabbat).
- Besluitvorming: De behandelend ambtenaar ziet geen bezwaar. Op 17 juli 1940 wordt het uitstel van drie weken officieel verleend door "de Leer". Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode begon de Duitse bezetter de Nederlandse administratie en distributie strakker te organiseren.
Het Maasplein ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam, een wijk waar in 1940 veel Joodse gezinnen woonden. De naam "De Leeuw - van Brink" is een veelvoorkomende Joodse naamcombinatie uit die tijd. Documenten van dit type ("Algemene Zaken") maken vaak deel uit van dossiers die betrekking hebben op de vroege registratie of arbeidsinzet van burgers, of de distributie van schaarse goederen. Het verzoek om uitstel voor drie zaterdagen onderstreept de wens om religieuze verplichtingen na te komen, zelfs in een veranderende administratieve realiteit onder de bezetting. M. No S. de Leeuw
Samenvatting
Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek om uitstel door een burger, S. de Leeuw - van Brink, wonende aan het Maasplein te Amsterdam.
- De persoon: Het betreft een houdster van een "Voorkeurskaart" (nummer 508). Voorkeurskaarten werden tijdens de vroege bezettingsjaren gebruikt in het distributiesysteem.
- De aanleiding: De betrokkene was op 3 juli 1940 gewaarschuwd om te verschijnen ("gezegd te komen"). Na te zijn ontboden door een ambtenaar (mogelijk de heer De Leer), heeft zij (of een vertegenwoordiger, de tekst spreekt over 'hem') verzocht om drie weken uitstel.
- Het specifieke verzoek: Er wordt specifiek gesproken over "3 zaterdagen" uitstel, tot en met 3 augustus. Het feit dat er specifiek om zaterdagen wordt gevraagd, kan wijzen op een religieuze reden (Sjabbat).
- Besluitvorming: De behandelend ambtenaar ziet geen bezwaar. Op 17 juli 1940 wordt het uitstel van drie weken officieel verleend door "de Leer".
Historische Context
Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode begon de Duitse bezetter de Nederlandse administratie en distributie strakker te organiseren.
Het Maasplein ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam, een wijk waar in 1940 veel Joodse gezinnen woonden. De naam "De Leeuw - van Brink" is een veelvoorkomende Joodse naamcombinatie uit die tijd. Documenten van dit type ("Algemene Zaken") maken vaak deel uit van dossiers die betrekking hebben op de vroege registratie of arbeidsinzet van burgers, of de distributie van schaarse goederen. Het verzoek om uitstel voor drie zaterdagen onderstreept de wens om religieuze verplichtingen na te komen, zelfs in een veranderende administratieve realiteit onder de bezetting.