Handgeschreven brief of bezwaarschrift op een dossierkaart.
Origineel
Handgeschreven brief of bezwaarschrift op een dossierkaart. Het stempel vermeldt "18/7" (18 juli) 1940. In de tekst wordt 17 juli genoemd. № 90/53/1 M.1940 18/7
m.i. mag
Neem u me niet kwalijk dat ik 3
dagen over tijd ben want ik ben 2 weken
naar Bakkum geweest en ben op
17 Julie naar mijn huis gegaan en
vond de kaart van de Vaste plaats onder
mijn deur. Voor een paar weken terug
vroeg ik op 't marktwesen of ik niet een vaste
plaats kon krijgen daar ik als vrouw zijnde
de kar zelf naar de markt moet rijden met
trekkende waar 2 hands en dat is heel zwaar
Toen werd my gezegd nog lang niet Z.O.Z. De schrijfster van deze notitie verontschuldigt zich voor een vertraging van drie dagen bij het reageren op een bericht of het betalen van een leges. Zij verklaart dat zij twee weken met vakantie was in Bakkum en bij terugkomst op 17 juli de "kaart van de Vaste plaats" (een bewijs of toewijzing voor een vaste marktstandplaats) onder haar deur vond.
De tekst biedt een treffend beeld van de sociale omstandigheden voor vrouwelijke kleine handelaren in die tijd. De schrijfster benadrukt dat het trekken van de handkar met handelswaar ("trekkende waar 2 hands") fysiek zeer zwaar is, zeker omdat zij dit alleen moet doen ("als vrouw zijnde"). Haar verzoek om een vaste standplaats — wat haar werk aanzienlijk zou verlichten omdat zij dan niet telkens een nieuwe plek hoeft te bemachtigen of haar kar ver hoeft te verplaatsen — werd door de beambten van het Marktwezen eerder koeltjes afgedaan met de woorden "nog lang niet". De afkorting Z.O.Z. (Zie Ommezijde) aan het einde duidt erop dat de tekst op de achterzijde van de kaart wordt vervolgd. Het document dateert uit juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de bureaucratische processen van de gemeentelijke marktmeesters en het Marktwezen functioneren. Bakkum was in die periode een bekende vakantieplek voor met name Amsterdammers (vaak verbonden aan de kampeer- en vakantieverenigingen). De handkar was in 1940 nog een essentieel transportmiddel voor de ambulante handel, en de regelgeving rondom standplaatsen was strikt en competitief. Marktwezen
Samenvatting
De schrijfster van deze notitie verontschuldigt zich voor een vertraging van drie dagen bij het reageren op een bericht of het betalen van een leges. Zij verklaart dat zij twee weken met vakantie was in Bakkum en bij terugkomst op 17 juli de "kaart van de Vaste plaats" (een bewijs of toewijzing voor een vaste marktstandplaats) onder haar deur vond.
De tekst biedt een treffend beeld van de sociale omstandigheden voor vrouwelijke kleine handelaren in die tijd. De schrijfster benadrukt dat het trekken van de handkar met handelswaar ("trekkende waar 2 hands") fysiek zeer zwaar is, zeker omdat zij dit alleen moet doen ("als vrouw zijnde"). Haar verzoek om een vaste standplaats — wat haar werk aanzienlijk zou verlichten omdat zij dan niet telkens een nieuwe plek hoeft te bemachtigen of haar kar ver hoeft te verplaatsen — werd door de beambten van het Marktwezen eerder koeltjes afgedaan met de woorden "nog lang niet". De afkorting Z.O.Z. (Zie Ommezijde) aan het einde duidt erop dat de tekst op de achterzijde van de kaart wordt vervolgd.
Historische Context
Het document dateert uit juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de bureaucratische processen van de gemeentelijke marktmeesters en het Marktwezen functioneren. Bakkum was in die periode een bekende vakantieplek voor met name Amsterdammers (vaak verbonden aan de kampeer- en vakantieverenigingen). De handkar was in 1940 nog een essentieel transportmiddel voor de ambulante handel, en de regelgeving rondom standplaatsen was strikt en competitief.