Ambtelijk memorandum/notitie op een voorgedrukte fiche (Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk memorandum/notitie op een voorgedrukte fiche (Model No. 14). Diverse data tussen 26 september 1940 en 10 oktober 1940. [Bovenaan links in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/72/1 1940
DOORGEZONDEN: 26/9
[Bovenaan rechts]
783 [onderstreept]
J. Keus-Toet
pl 3 Mosplein.
[Linkerkolom/Midden]
Aan den Heer
Inspecteur.
M.i. kunt U assistenten
verandering niet toestaan.
Wilhelmina Keus geb.: 4.2.1922
Tegen intrekking van haar zoon
Tegen inwilliging van het verzoek van J. Keus-Toet
om zich tot wederopzegging
op haar plaats op de markt
Mosplein te mogen laten assisteeren,
- niet vervangen - door haar dochter
Wilhelmina Keus, geb. 4-2-1922 bestaat m.i. geen
bezwaar.
reeds stond
Van assistenten door zoon op hoofdkantoor m.w. niets
9-10-40 [onleesbaar monogram/handtekening]
[Rechterkolom/Marges]
gedur/ 2 d w of 4 weken vervangen
door dochter toegestaan.
Mr Dijkema
Advies
9072/2/1/25/4.20. 27-9-40
[handtekening]
Amsterdam
5/10 1940.
10/10/40 90/72/2
[initialen]
[Onderaan links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Kern van de zaak: Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek van mevrouw J. Keus-Toet, die standplaats nummer 3 bezet op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. Zij verzoekt om haar 18-jarige dochter, Wilhelmina Keus (geboren op 4 februari 1922), haar te laten assisteren.
* Besluitvorming: Er lijkt aanvankelijk wat verwarring of discussie te zijn over of het gaat om een tijdelijke vervanging of permanente assistentie. Een vroege notitie stelt dat verandering van assistenten niet toegestaan kan worden, maar dit wordt later genuanceerd. Mr. Dijkema adviseert op 27 september dat vervanging voor 4 weken (of 2 dagen per week) door de dochter is toegestaan. Uiteindelijk luidt het advies op 9 oktober dat er geen bezwaar is tegen de assistentie door de dochter "tot wederopzegging", mits zij de zoon niet volledig vervangt.
* Administratieve details: Er wordt opgemerkt dat er op het hoofdkantoor nog niets bekend was over assistentie door de zoon. Dit wijst op een strenge controle op wie er daadwerkelijk achter de marktkraam stond. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit het najaar van 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de marktmeester en de gemeentelijke diensten nog volgens hun reguliere protocollen lijken te werken, werd de controle op markthandel en vergunningen in deze periode steeds strikter vanwege de beginnende schaarste en distributiemaatregelen.
* Locatie: Het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk knooppunt. De markt daar was cruciaal voor de voedselvoorziening van de buurt.
* Sociaal-economisch: De aanvraag toont het familiale karakter van de markthandel, waarbij kinderen vaak op jonge leeftijd (hier 18 jaar) werden ingezet om te helpen in de kraam. Het feit dat er officieel toestemming moest worden gevraagd voor een gezinslid om te assisteren, onderstreept de vergaande bureaucratisering van het dagelijks leven in die tijd. J. Keus M. No