Getypte ambtelijke brief op doorslagpapier (waarschijnlijk een kopie voor het archief).
Origineel
Getypte ambtelijke brief op doorslagpapier (waarschijnlijk een kopie voor het archief). 7 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals Publieke Werken of de Marktwezen). Den Heer Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam. vP/HG.
90/78/2 M.
1
extra
7 November 1940.
den Heer Hoofdcommissaris
van Politie,
O.Z. Achterburgwal 185,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te
doen toekomen van een op 7 October jl. door den contrôleur
Dijkema van mijn dienst opgemaakt rapport, inzake verkeersbor-
den op het Mosplein. Ter verduidelijking voeg ik hieraan toe,
dat de in dit rapport genoemde stallenzetters van Burgemeester
en Wethouders vergunning hebben verkregen om buiten de markt-
uren kramen op de markt Mosplein te plaatsen. Zij mogen daar
dus reeds des morgens zeer vroeg werkzaam zijn.
Ik verzoek U beleefd te willen doen nagaan of aan
het in bovenbedoeld rapport vervatte verzoek kan worden vol-
daan.
De Directeur, * **Onderwerp:** De brief betreft een verzoek om medewerking van de politie naar aanleiding van een rapport van "contrôleur Dijkema" over verkeersborden op het Mosplein in Amsterdam-Noord.
- Kern van de zaak: Er is onduidelijkheid of een knelpunt rondom de aanwezigheid van stallenzetters op het Mosplein. De directeur verduidelijkt dat deze mensen een officiële vergunning hebben van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) om al vroeg in de ochtend, vóór de officiële markttijden, kramen op te bouwen.
- Doel: De politie wordt gevraagd te onderzoeken of de voorgestelde maatregelen of verzoeken uit het rapport van Dijkema uitgevoerd kunnen worden, waarschijnlijk om de werkzaamheden van de stallenzetters te faciliteren in relatie tot de verkeerssituatie/borden ter plaatse.
- Taalgebruik: Formeel-ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen", "in bijlage dezes"), typerend voor de vroege 20e eeuw. * Historische periode: De brief is gedateerd op 7 november 1940. Dit is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de brief een alledaagse administratieve kwestie behandelt, vindt deze plaats in een periode waarin de Amsterdamse politie en het gemeentebestuur onder toenemende druk van de bezetter kwamen te staan.
- Locatie: Het Mosplein in Amsterdam-Noord is van oudsher een belangrijke marktlocatie (de huidige markt aan de Mosveld/Pekmarkt vindt hier zijn oorsprong). Het feit dat stallenzetters 'zeer vroeg' aanwezig zijn, is een logistiek noodzakelijk onderdeel van de marktopbouw.
- Organisatie: De brief laat de korte lijnen zien tussen verschillende stedelijke diensten (Marktwezen/Publieke Werken en de Politie) bij het regelen van de openbare orde en verkeersveiligheid op marktterreinen. De vermelding van "Wijk 3" duidt op de toenmalige indeling van de politieorganisatie in Amsterdam.