Administratief bijblad/rapportage van de Gemeentepolitie Amsterdam (Sectie Marktwezen).
Origineel
Administratief bijblad/rapportage van de Gemeentepolitie Amsterdam (Sectie Marktwezen). Oktober - november 1940. [Links boven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. . No. 90/81/1 1940
DOORGEZONDEN: 1/11
[Rechts boven:]
H.P. van Zelst pl. 6 Mr. s plein
7 October is gewaarschuwd geregeld van plaats gebruik te maken.
[Midden links:]
Aan den Heer
Inspecteur,
v. Zelst was in de normale tijden een geregelde plaatsbezetter. Door de oorlog zit hij geregeld zonder handel en loopt nu geruimen tijd met de lompenkar.
M.i. is uitstel plaats bezetten niet noodig, van Zelst kan altijd weer een plaats krijgen op het Mr. s plein en zou nu onnoodig marktgeld uitgeven.
18/11/40 18 Amsterdam
90/81/2 4 9-11.1940
[Onleesbare paraaf/handtekening]
[Marginale aantekeningen rechts:]
Th. Dijkema
advies
6-11-'40
Bij mij ontboden doch niet gekomen
dekker
Oproepen
4-11-'40
dekker
p 6/11 '40
9 ½ - 12 u
Het verzoek van H.P. v. Zelst dient m.i. te worden afgewezen. Aan v.Z. moet worden bericht dat hij zijn plaats op de markt Mr. s veld geregeld moet innemen daar anders de plaats wordt ingetrokken.
14-11-'40
dekker
[Links onderaan voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve afhandeling rondom de marktplaats van H.P. van Zelst op het Mr. Visserplein in Amsterdam. De kern van de zaak is dat Van Zelst zijn toegewezen standplaats (plaats 6) niet regelmatig bezet.
Uit de rapportage blijkt de impact van de vroege oorlogsjaren: Van Zelst heeft "geen handel" meer en is noodgedwongen overgestapt op het lopen met een "lompenkar" (het ophalen van oud textiel) om in zijn levensonderhoud te voorzien.
Er is een verschil van inzicht tussen de rapporterende ambtenaar links en de functionaris "Dekker" rechts:
* De ambtenaar aan de linkerzijde adviseert (op 9 of 18 november) om Van Zelst geen "uitstel van plaatsbezetting" te verlenen, omdat hij later altijd weer een nieuwe plek kan aanvragen. Dit lijkt bedoeld om Van Zelst te behoeden voor onnodige kosten ("onnoodig marktgeld uitgeven") in een tijd dat hij toch geen handel heeft.
* Dekker is strenger. Hij merkt op dat Van Zelst niet is verschenen na een oproep. Op 14 november beslist hij dat het verzoek moet worden afgewezen. Van Zelst krijgt het dwingende bevel zijn plaats in te nemen, anders wordt zijn vergunning definitief ingetrokken. Het document dateert van november 1940, slechts zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische ontwrichting is al duidelijk zichtbaar: reguliere handelswaar is schaars, waardoor marktkooplieden hun nering verliezen en terugvallen op beroepen in de marge, zoals de loper met de lompenkar.
Tegelijkertijd toont het document de onverstoorbaarheid van de Amsterdamse bureaucratie. Ondanks de oorlogsomstandigheden blijven de regels voor marktplaatsbezetting en de inning van marktgeld strikt gehandhaafd. Het Mr. Visserplein, gelegen in de toenmalige Joodse buurt, zou in de daaropvolgende jaren het toneel worden van ingrijpende gebeurtenissen die de lokale markthandel volledig zouden vernietigen. H.P. van Zelst Marktwezen