Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. 22 november 1940. Getekend door (waarschijnlijk) M. Suring. Den Heer Inspecteur. brw/90/17/1 M.40 Den Heer Inspecteur.
M. i. geen bezwaar om, in verband
met moeilykheden met den handel, plaats-
houder A Velleman pl: 105 Mosplein twee
weken uitstel plaatsbezetten te verleenen.
A’dam 22/11 40 [Handtekening: M Suring] De tekst is een korte administratieve beslissing aangaande een marktkoopman. De auteur (M. Suring) geeft aan de inspecteur door dat er geen bezwaar is tegen het verlenen van twee weken uitstel voor het bezetten van een standplaats.
- Belangrijkste partijen: De "Inspecteur" (waarschijnlijk van de marktwezen of een gemeentelijke dienst) en de plaatshouder "A. Velleman".
- Locatie: Standplaats 105 op het Mosplein, Amsterdam-Noord.
- Reden: "Moeilijkheden met den handel", een algemene term die kan duiden op economische tegenspoed of logistieke problemen.
- Terminologie: "M. i." staat voor "Mijns inziens". "Plaatshouder" verwijst naar iemand met een vergunning voor een marktplaats. Het document dateert van november 1940, circa zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de notitie op het eerste gezicht een routinematige marktzaak lijkt, is de naam "Velleman" een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.
In de tweede helft van 1940 begonnen de Duitse bezetters met de eerste stappen van de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven. Het Mosplein was (en is) een centraal punt voor de markt in Amsterdam-Noord. De "moeilijkheden met den handel" zouden in deze periode specifiek gerelateerd kunnen zijn aan de toenemende beperkingen voor Joodse handelaren, hoewel de toon van dit document nog louter administratief en neutraal-welwillend lijkt. De afkorting "brw" in het kenmerk zou kunnen verwijzen naar de Dienst der Markten, die destijds onder de politie of brandweerorganisatie kon vallen, of simpelweg een archiefcode zijn. A. Velleman M. Suring Marktwezen Politie
Samenvatting
De tekst is een korte administratieve beslissing aangaande een marktkoopman. De auteur (M. Suring) geeft aan de inspecteur door dat er geen bezwaar is tegen het verlenen van twee weken uitstel voor het bezetten van een standplaats.
- Belangrijkste partijen: De "Inspecteur" (waarschijnlijk van de marktwezen of een gemeentelijke dienst) en de plaatshouder "A. Velleman".
- Locatie: Standplaats 105 op het Mosplein, Amsterdam-Noord.
- Reden: "Moeilijkheden met den handel", een algemene term die kan duiden op economische tegenspoed of logistieke problemen.
- Terminologie: "M. i." staat voor "Mijns inziens". "Plaatshouder" verwijst naar iemand met een vergunning voor een marktplaats.
Historische Context
Het document dateert van november 1940, circa zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de notitie op het eerste gezicht een routinematige marktzaak lijkt, is de naam "Velleman" een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.
In de tweede helft van 1940 begonnen de Duitse bezetters met de eerste stappen van de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven. Het Mosplein was (en is) een centraal punt voor de markt in Amsterdam-Noord. De "moeilijkheden met den handel" zouden in deze periode specifiek gerelateerd kunnen zijn aan de toenemende beperkingen voor Joodse handelaren, hoewel de toon van dit document nog louter administratief en neutraal-welwillend lijkt. De afkorting "brw" in het kenmerk zou kunnen verwijzen naar de Dienst der Markten, die destijds onder de politie of brandweerorganisatie kon vallen, of simpelweg een archiefcode zijn.