Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 2 december 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten van de Gemeente Amsterdam). Den Heer A. Velleman, Pieter Nieuwlandstraat 19 I, Amsterdam-Oost. VD/HG.
extra
den Heer A.Velleman,
Pieter Nieuwlandstraat 19 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
90/87/2 M. 2 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 November jl. ver-
leen ik U hierbij toestemming Uw plaats op de markt Mosplein ge-
durende twee weken na dato dezes niet te bezetten. Het terzake
verschuldigde marktgeld dient echter wekelijks aan den dienstdoen-
den marktambtenaar te worden betaald.
De Directeur, Deze korte zakelijke brief is een officiële beschikking van een gemeentelijke instantie. De heer A. Velleman had op 15 november 1940 verzocht om zijn standplaats op de markt tijdelijk onbezet te mogen laten. De directeur verleent hiervoor toestemming voor een periode van twee weken. Opvallend is de bureaucratische strengheid: hoewel hij er niet mag staan, moet hij wel de wekelijkse marktgelden doorbetalen aan de ambtenaar ter plaatse om zijn rechten op de standplaats niet te verliezen. De terminologie is formeel ("na dato dezes", "terzake verschuldigde"). De datum van het document, december 1940, plaatst de brief in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie van de markt, het Mosplein, bevindt zich in Amsterdam-Noord. De geadresseerde, de heer Velleman, woonde in de Pieter Nieuwlandstraat in Amsterdam-Oost (Dapperbuurt).
De achternaam Velleman is veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die van oudsher sterk vertegenwoordigd was in de markthandel. In deze periode van de bezetting werden de eerste anti-Joodse maatregelen doorgevoerd, maar de volledige uitsluiting van Joden van de reguliere markten (en hun gedwongen verhuizing naar speciale 'Joodse markten') zou pas in de loop van 1941 geëffectueerd worden. Dergelijke administratieve documenten uit deze overgangsperiode zijn van historisch belang omdat ze de dagelijkse interactie tussen (vaak Joodse) burgers en het gemeentelijk apparaat onder bezettingstijd illustreren. A. Velleman Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Deze korte zakelijke brief is een officiële beschikking van een gemeentelijke instantie. De heer A. Velleman had op 15 november 1940 verzocht om zijn standplaats op de markt tijdelijk onbezet te mogen laten. De directeur verleent hiervoor toestemming voor een periode van twee weken. Opvallend is de bureaucratische strengheid: hoewel hij er niet mag staan, moet hij wel de wekelijkse marktgelden doorbetalen aan de ambtenaar ter plaatse om zijn rechten op de standplaats niet te verliezen. De terminologie is formeel ("na dato dezes", "terzake verschuldigde").
Historische Context
De datum van het document, december 1940, plaatst de brief in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie van de markt, het Mosplein, bevindt zich in Amsterdam-Noord. De geadresseerde, de heer Velleman, woonde in de Pieter Nieuwlandstraat in Amsterdam-Oost (Dapperbuurt).
De achternaam Velleman is veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die van oudsher sterk vertegenwoordigd was in de markthandel. In deze periode van de bezetting werden de eerste anti-Joodse maatregelen doorgevoerd, maar de volledige uitsluiting van Joden van de reguliere markten (en hun gedwongen verhuizing naar speciale 'Joodse markten') zou pas in de loop van 1941 geëffectueerd worden. Dergelijke administratieve documenten uit deze overgangsperiode zijn van historisch belang omdat ze de dagelijkse interactie tussen (vaak Joodse) burgers en het gemeentelijk apparaat onder bezettingstijd illustreren.