Ambtelijke kennisgeving / Strafbeschikking.
Origineel
Ambtelijke kennisgeving / Strafbeschikking. 19 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam). Den Heer G.A. Roelofs, Bloedstraat 18, Amsterdam-Centrum. extra
HG.
den Heer G.A.Roelofs,
Bloedstraat 18,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
90/85/7 M. 19 November 1940.
Ondanks de waarschuwing vervat in mijn brief d.d. 4 Novem-
ber jl. (No.90/84/3 M.) heeft U op Zaterdag 16 November jl. ander-
maal de markt aan het Mosplein niet op het voorgeschreven tijdstip
met Uw goederen verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeen-
komstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de
Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om
op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den
tijd van een dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien
U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare
handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onver-
minderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, In deze brief wordt de heer G.A. Roelofs officieel op de hoogte gesteld van een voorwaardelijke straf. Hij heeft op zaterdag 16 november 1940 de markt op het Mosplein niet op tijd verlaten met zijn goederen. Dit was een herhaalde overtreding, aangezien hij op 4 november van datzelfde jaar al een schriftelijke waarschuwing had ontvangen voor een vergelijkbaar feit.
De opgelegde straf is de ontzegging van de toegang tot de Amsterdamse markten voor de duur van één dag. Deze straf is echter voorwaardelijk: hij wordt alleen uitgevoerd als de heer Roelofs binnen een jaar na dagtekening opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat op een van de stadsmarkten. De brief verwijst naar artikel 39 lid 1 van het 'Reglement op de Markten' als juridische basis voor de straf. De brief dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een puur administratieve en civiele kwestie betreft (het handhaven van markttijden), toont het de strikte regulering en de bureaucratische controle van het openbare leven in Amsterdam tijdens die periode.
De locatie van de markt, het Mosplein, bevindt zich in Amsterdam-Noord. De ontvanger woonde in de Bloedstraat, een straat in de oude binnenstad nabij de Nieuwmarkt. Het feit dat de brief is gericht aan "Wijk 1" duidt op de toenmalige administratieve indeling van de stad. Marktkooplieden stonden in deze tijd onder grote druk door toenemende regelgeving en de beginnende schaarste aan goederen. Het niet tijdig ontruimen van een marktplaats werd door het marktbestuur serieus genomen als een verstoring van de openbare orde en logistiek. G.A. Roelofs Marktwezen