Brief (doorslag of kopie)
Origineel
Brief (doorslag of kopie) 23 april 1940 De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst) Het Hoofd van den Gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst (LBD) te Amsterdam [Handgeschreven rechtsboven:]
mr. Pr. Sixma
hr. Pr. Jorkman.
[Getypt linksboven:]
VP/HG.
[Getypt links:]
96/1/3 M.
[Handgeschreven:]
Verzonden 23/4-'40.
[Getypt rechts:]
23 April 1940.
het Hoofd van den Gemeentelijken
Luchtbeschermingsdienst,
Keizersgracht 611,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 dezer (No.6/25 Gr.C.) bericht ik U, dat inderdaad 12 Hollandsche volksgasmaskers bij mijn dienst voorradig zijn. Van een dezer maskers is evenwel bij de eerste oefening de bevestiging van den voorhoofdsband afgescheurd, terwijl van een ander de bevestiging van de oogglazen niet meer voldoende zekerheid biedt.
De Directeur, De brief is een administratieve bevestiging betreffende de aanwezigheid en de staat van gasmaskers. De afzender bevestigt dat er 12 "Hollandsche volksgasmaskers" aanwezig zijn, maar maakt direct melding van kwaliteitsgebreken:
1. Bij één masker is de voorhoofdsband afgescheurd tijdens de eerste oefening.
2. Bij een ander masker zit het glas niet meer goed vast ("niet meer voldoende zekerheid biedt").
Dit document illustreert de materiële voorbereidingen op een mogelijke luchtoorlog en het gebruik van chemische wapens, maar toont ook de kwetsbaarheid van het toenmalige materieel dat aan civiele diensten werd verstrekt. De datum van de brief, 23 april 1940, is zeer cruciaal. Het is minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Tijdens de mobilisatieperiode heerste er in Nederland grote bezorgdheid over mogelijke gasaanvallen op steden, een angst die was voortgekomen uit de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog.
De Gemeentelijke Luchtbeschermingsdienst (LBD) was verantwoordelijk voor het voorlichten van burgers, het organiseren van schuilplaatsen en het uitdelen van gasmaskers. Het genoemde adres, Keizersgracht 611, was in die tijd inderdaad een centraal punt voor de Amsterdamse luchtbescherming. "Volksgasmaskers" waren eenvoudige modellen bedoeld voor de algemene bevolking, die in grote aantallen geproduceerd werden, wat de gemelde defecten in deze brief kan verklaren.
Samenvatting
De brief is een administratieve bevestiging betreffende de aanwezigheid en de staat van gasmaskers. De afzender bevestigt dat er 12 "Hollandsche volksgasmaskers" aanwezig zijn, maar maakt direct melding van kwaliteitsgebreken:
1. Bij één masker is de voorhoofdsband afgescheurd tijdens de eerste oefening.
2. Bij een ander masker zit het glas niet meer goed vast ("niet meer voldoende zekerheid biedt").
Dit document illustreert de materiële voorbereidingen op een mogelijke luchtoorlog en het gebruik van chemische wapens, maar toont ook de kwetsbaarheid van het toenmalige materieel dat aan civiele diensten werd verstrekt.
Historische Context
De datum van de brief, 23 april 1940, is zeer cruciaal. Het is minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Tijdens de mobilisatieperiode heerste er in Nederland grote bezorgdheid over mogelijke gasaanvallen op steden, een angst die was voortgekomen uit de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog.
De Gemeentelijke Luchtbeschermingsdienst (LBD) was verantwoordelijk voor het voorlichten van burgers, het organiseren van schuilplaatsen en het uitdelen van gasmaskers. Het genoemde adres, Keizersgracht 611, was in die tijd inderdaad een centraal punt voor de Amsterdamse luchtbescherming. "Volksgasmaskers" waren eenvoudige modellen bedoeld voor de algemene bevolking, die in grote aantallen geproduceerd werden, wat de gemelde defecten in deze brief kan verklaren.