Archiefdocument
Origineel
23 mei 1940 De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, vermoedelijk Marktwezen). [Rechtsboven handgeschreven:]
M. Sixma
[Linksboven:]
J/DV.
96/1/4 M.
[Rechtsmidden:]
23 Mei 1940.
[Adresblok:]
het Hoofd van den Luchtbescher-
mingsdienst,
Keizersgracht 611,
Amsterdam-C.
Wijk 4.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw telefonisch verzoek aan den
heer Sixma van mijn dienst doe ik U onderstaand mededeeling van
het materiaal van den Luchtbeschermingsdienst dat op de Centra-
le Markt voorhanden is:
Belgische volksmaskers 36 compleet
Nederlandsche volksmaskers 10 compleet en 2 met
defect ~~plaatstuk~~
gelost
zakjes voor gasmaskers 24 (gelost)
Bickers spuit 4 cil. 1 compleet behalve
storz verloopstuk 45/
65 m.m. en een rubber-
hamer.
De Directeur, Dit document betreft een interne rapportage over de voorraadstatus van luchtbeschermingsmateriaal in Amsterdam, exact acht dagen na de Nederlandse capitulatie. De lijst specificeert "volksmaskers" (gasmaskers voor burgers) van zowel Belgische als Nederlandse makelij. De handgeschreven toevoeging "gelost" bij de defecte maskers en de zakjes suggereert dat deze items zijn afgevoerd, vrijgegeven of uitgeleverd op het moment van of kort na de rapportage. De vermelding van een "Bickers spuit" (een handkrachtspuit voor brandbestrijding) met Storz-verloopstukken benadrukt de focus op brandpreventie en -bestrijding, een kerntaak van de Luchtbeschermingsdienst tijdens de oorlogsdreiging. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) was in 1940 een cruciale civiele organisatie in Amsterdam, gevestigd aan de Keizersgracht 611. Ten tijde van dit schrijven (mei 1940) was Nederland net bezet door de Duitse krachten. Hoewel de gevechtshandelingen op Nederlands grondgebied grotendeels voorbij waren, bleef de organisatie van de luchtbescherming van vitaal belang vanwege de voortdurende dreiging van geallieerde luchtaanvallen op Duitse installaties in de stad. De "Centrale Markt" (het huidige Food Center in Amsterdam-West) fungeerde als een logistiek knooppunt waar dergelijk materieel centraal kon worden opgeslagen voor distributie over de stadswijken. De in de brief genoemde "Heer Sixma" was een bekende functionaris binnen het Amsterdamse apparaat; zijn naam bovenin duidt waarschijnlijk op de behandeling of archivering van het stuk door hemzelf.