Zakelijke correspondentie / memorandum (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie / memorandum (doorslag van een getypte brief). 26 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Bovenaan staat de handgeschreven naam "M. Muller". (Rechtsboven handgeschreven:)
M. Muller
(Linksboven:)
vB/DV.
96/3/1 M.
(Rechts:)
26 Maart 1940.
(Midden rechts:)
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
(Inhoud:)
Naar aanleiding van de circulaire van den Burgemees-
ter d.d. 15 October 1938 no.1200/288 f Kabinet (no.740 L.M.1938)
heb ik de eer U te berichten, dat de kosten in verband met de
luchtbescherming over het jaar 1939 hebben bedragen:
Centrale Markt
Aankoop zandzakken ƒ 642,60
Loonen vullen van zandzakken " 676,12
Diverse kleine kosten (lampen, touw, huur
dekzeilen, etc.) " 143,04
---------
Totaal ƒ 1.461,76
(Rechtsonder:)
De Directeur, Dit document is een financiële verantwoording van uitgaven gedaan in het kader van de passieve luchtverdediging. De brief is gedateerd op 26 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De kostenposten tonen aan dat de voorbereidingen tastbaar waren: er werd fors geïnvesteerd in zandzakken (zowel materiaal als arbeidskosten voor het vullen) om vitale infrastructuur te beschermen tegen bomscherven. Het totaalbedrag van ƒ 1.461,76 was voor die tijd een aanzienlijke som voor de beveiliging van één specifiek gemeentelijk complex. De verwijzing naar een circulaire uit 1938 onderstreept dat de overheid al geruime tijd vóór de feitelijke oorlogshandelingen bezig was met civiele bescherming. Eind jaren '30 nam de oorlogsdreiging in Europa toe, wat in Nederland leidde tot de oprichting van de Luchtbeschermingsdienst (LBD). Gemeenten waren verantwoordelijk voor het beveiligen van openbare gebouwen en vitale sectoren. De "Centrale Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam, gezien de functietitel van de wethouder) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. In de context van de dreigende schaarste was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" een sleutelfiguur. Dit document illustreert hoe de abstracte oorlogsdreiging zich vertaalde in concrete bureaucratische processen en logistieke uitgaven op lokaal niveau vlak voordat Nederland daadwerkelijk in het conflict betrokken raakte.