Dienstbrief / Circulaire
Origineel
Dienstbrief / Circulaire 10 juli 1940 LUCHTBESCHERMINGSDIENST
DER GEMEENTE AMSTERDAM.
Nº 96/10/4 M. 1940 7/n
Amsterdam, 10 Juli 1940.
Keizersgracht 611. Tel.40122-41122.
No. 666.
Gr. C.
Aan Heeren Hoofden van Diensten en
Bedrijven, welke medewerking verlee-
nen aan den Luchtbeschermingsdienst.
Namens den Burgemeester van Amsterdam bericht ik U het volgende:
De Höhere SS- und Polizeiführer beim Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete - Befehlshaber der Ordnungspolizei - heeft bepaald, dat de luchtbeschermingsorganisatie zoodanig moet zijn samengesteld, dat deze een onpolitiek en een uitsluitend voor zijn belangrijke taak berekend instrument in handen van de Overheid is.
In verband hiermede moeten de vrijwilligers een verklaring teekenen, welke door den zorg van het Hoofd van den Luchtbeschermingsdienst is uitgezonden.
De Directeuren van Bedrijven en de Hoofden van Diensten zullen hun ambtenaren en beambten welke ingedeeld zijn bij de luchtbeschermingsploegen e.d. (bedrijfsbescherming hieronder begrepen) doen verklaren, dat zij de verordeningen en andere bepalingen van den Rijkscommissaris en van de aan hem ondergeschikte Duitsche organen stipt zullen naleven en dat zij zich zullen onthouden van elke handeling gericht tegen het Duitsche Rijk of de Duitsche Wehrmacht.
De Directeur c.q. Hoofd van den Dienst bericht aan den Burgemeester of aan vorenstaande gevolg is gegeven uiterlijk 12 Juli vóór 13 uur.
Bij uitrukkende hulpploegen mogen geen personen van het Joodsche ras worden ingedeeld.
V/R.
HET HOOFD VAN DEN GEMEENTELIJKEN
LUCHTBESCHERMINGSDIENST.
[Handtekening] Deze brief is een dwingende instructie aan de hoofden van Amsterdamse gemeentelijke diensten en bedrijven. Er worden drie cruciale zaken medegedeeld:
1. Gleichschaltung: De Duitse bezetter (via de Höhere SS- und Polizeiführer, Hanns Albin Rauter) eist dat de Luchtbeschermingsdienst een "onpolitiek" instrument wordt in dienst van de nieuwe orde.
2. Loyaliteitsverklaring: Alle vrijwilligers en ambtenaren die bij de luchtbescherming betrokken zijn, moeten een verklaring ondertekenen waarin zij trouw zweren aan de verordeningen van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) en beloven niets te doen tegen het Duitse Rijk of de Wehrmacht.
3. Antisemitisme: De meest ingrijpende maatregel staat onderaan: "personen van het Joodsche ras" mogen niet langer deel uitmaken van uitrukkende hulpploegen. Dit is een vroege vorm van officiële uitsluiting van Joden uit maatschappelijke functies.
De deadline voor uitvoering is extreem kort gesteld (binnen twee dagen), wat de urgentie en de druk van de bezetter onderstreept. De brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze beginfase van de bezetting begon de Duitse overheid direct met het onder controle brengen van vitale burgerorganisaties. De Luchtbeschermingsdienst was essentieel voor de ordehandhaving en veiligheid tijdens bombardementen.
Dit document is historisch significant omdat het een van de eerste tastbare bewijzen is van de invoering van de 'Ariërverklaring' en de systematische uitsluiting van Joden binnen de Amsterdamse gemeentelijke organisatie. Het toont aan hoe de nazi-ideologie direct doorsijpelde naar civiele diensten en hoe de lokale overheid werd gedwongen (of meewerkte) om deze discriminerende maatregelen uit te voeren. De vermelding van de "Höhere SS- und Polizeiführer" geeft aan dat de zeggenschap over de openbare orde reeds direct bij de SS lag.