Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 30 april 1940 (genoteerd als "Amst. 30/4 140"). J. Stouwer en Ondergeteekende(n). Amst. 30/4 '40
Nº 97/11/1 M. 1940 1/5
Wel Edele Heer.
Nadat J. Stouwer en Onder.
geteekende, de afwijzing van
UEd. ontvangen hebben op het
verzoek op Donderdag a.s. te mogen
werken en ons daarna met Uwe
medeweten in verbinding hebben
gesteld met de Chef van de
accijnzen, den Heer Scheers,
verzoek ik U beleefd doch dringend
nog even in overweging te nemen,
dat de toestand in ons bedrijf
zoo bedroevend slecht is, dat
wij met de grootste opofferingen
gedwongen zijn om te kunnen
bestaan. Hetgeen wij U hebben
verzocht, is zoolang de Centrale
Werkplaats (Marinewerf) bestond
(14 jaar) vanzelfsprekend toegestaan.
De Tabakswet spreekt niet
van verzuim van feestdagen, wel
van Zondagen eventueele Zaterdagen
naar gelang religie. Zoodoende * Kern van het schrijven: De brief is een dringend verzoek om een eerdere afwijzing te herzien. De afzenders (waaronder J. Stouwer) willen toestemming om te werken op de aanstaande donderdag.
* Identificatie van de dag: "Donderdag a.s." gerekend vanaf 30 april 1940 is 2 mei 1940. In dat jaar viel Hemelvaartsdag op 2 mei. Het verzoek betreft dus het mogen doorwerken op een christelijke feestdag.
* Argumentatie:
1. Economische noodzaak: De schrijver benadrukt de "bedroevend slechte" toestand van het bedrijf; werken op de feestdag is noodzakelijk voor het voortbestaan.
2. Precedentwerking: Er wordt verwezen naar een periode van 14 jaar bij de "Centrale Werkplaats (Marinewerf)" waar dit wel was toegestaan.
3. Juridische interpretatie: De schrijver beroept zich op de Tabakswet, waarin volgens hem wel beperkingen staan voor zondagen (en zaterdagen uit religieuze overwegingen), maar niet expliciet voor algemene feestdagen.
* Toon: Beleefd ("Wel Edele Heer", "beleefd doch dringend"), maar getuigend van wanhoop door de economische situatie. Dit document is geschreven in een uiterst precaire periode in de Nederlandse geschiedenis: exact tien dagen voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Hoewel de oorlogsdreiging groot was, hielden burgers en ondernemers zich nog volop bezig met de dagelijkse economische overleving en de bureaucratie van die tijd.
De verwijzing naar de Marinewerf (Rijkswerf) in Amsterdam duidt op een lokale context, waarschijnlijk in de buurt van het Oostelijk Havengebied. De vermelding van de Tabakswet en de Chef van de Accijnzen (de heer Scheers) suggereert dat het hier gaat om een kleine tabakskerverij of sigarenmakerij. In de jaren '30 en begin 1940 was de tabaksindustrie strikt gereguleerd en de economische crisis van de jaren '30 liet nog diepe sporen na, wat de "bedroevend slechte" toestand van het bedrijf verklaart. Het werken op religieuze feestdagen lag in die tijd zeer gevoelig en vereiste officiële ontheffing. J. Stouwer