Archiefdocument
Origineel
Begin oktober 1941 (gebaseerd op tekst en aantekeningen). [Handgeschreven, linksboven in blauwe inkt]:
Meldl.
2-10-'41
v. d. C.
[Handgeschreven, linker marge in zwarte inkt/potlood]:
4/10 bericht aan H.H. Daane & Joosten (?)
[Gedrukte tekst]:
NACHTVERGUNNINGEN
VERVALLEN
Nieuwe aan te vragen bij het hoofdbureau van politie.
De hoofdcommissaris van politie te Amsterdam maakt ingevolge de desbetreffende Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied het volgende bekend:
Alle tot nu toe uitgegeven vergunningen om zich tusschen 0 en 4 uur in de open lucht op te houden vervallen met ingang van 1 November a.s. Op dien datum moeten de vervallen vergunningen worden ingezonden aan het hoofdbureau van politie, afdeeling recherche-administratie (kamer 316). [Handgeschreven in paars: 87711]
Nieuwe aanvragen om vergunning kunnen reeds nu schriftelijk worden ingediend, onder overlegging van 2 pasfoto's en onder vermelding van volledige gegevens omtrent den persoon van den aanvrager. In het verzoek moet het doel der aanvrage nauwkeurig worden omschreven. Onnoodige of niet voldoende gemotiveerde aanvragen worden niet in behandeling genomen.
Het bovenstaande geldt niet voor hen, aan wie na 1 September 1941 een nieuwe vergunning is verleend. De tekst betreft een officiële bekendmaking van de Amsterdamse politie tijdens de Duitse bezetting. Het kondigt de massale intrekking aan van alle nachtvergunningen (vrijstellingen voor de spertijd tussen 00:00 en 04:00 uur) per 1 november 1941. Personen die voor werk of dringende zaken tijdens deze uren op straat moesten zijn, werden gedwongen een nieuwe, strengere aanvraagprocedure te doorlopen. De handgeschreven notities ("Meldl. 2-10-'41" en "4/10 bericht aan...") suggereren dat dit specifieke knipsel werd gebruikt voor administratieve doeleinden door een bedrijf of instantie om hun personeel tijdig te informeren over de nieuwe regels. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stelde de Duitse bezetter een avondklok of spertijd in om de controle over de Nederlandse bevolking te maximaliseren en verzetsactiviteiten te bemoeilijken. De Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart) vaardigde de verordeningen uit, maar de uitvoering lag vaak bij de lokale politie. Door periodiek alle vergunningen te laten vervallen, kon de bezetter de lijst van personen die 's nachts op straat mochten zijn opschonen en kritisch herbeoordelen. De verwijzing naar "kamer 316" betreft het toenmalige hoofdbureau van politie aan de Marnixstraat in Amsterdam. De datum van oktober 1941 markeert een fase waarin de bezettingsmaatregelen bureaucratischer en restrictiever werden.