Archiefdocument
Origineel
5 maart 1941. Directeur van het Marktwezen. De Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort bij brief No.8A/38/1 M. d.d. 5 Maart 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
| No. | Naam | Functie | salaris- groep | Bestaande toestand | Nieuwe toestand | Datum ingang | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| salaris | toelage uniform- kleeding | pensioens- grondslag | salaris | toelage uniform- kleeding | pensioens- grondslag | |||||
| 92 | N. van Burg | contr.-marktopzichter | III | $f$ 1900,- | $f$ 85,- | $f$ 1985,- | $f$ 2000,- | $f$ 85,- | $f$ 2085,- | 1-4-1941 |
| 134 | P. Plakké | contrôleur | II | " 1700,- | " 2600,- | " 1775,- | " 2600,- $\angle$ | 1-6-1941 | ||
| 79 | B.F. Peyra | ass.halopz.-afslager | IV | " 2000,- | " 2000,- | " 2100,- | " 2100,- | 1-6-1941 |
$\angle$ Heeft reeds eerder gebruik gemaakt van artikel 150 Pensioenwet 1922 (S.240).
Bovenstaande ambtenaren genieten geen oververdiensten.
[Handgeschreven notatie rechtsonder:]
14/210/17¹⁰
12
3⁰
0/6 Het document is een administratief overzicht van voorgestelde salarisverhogingen voor drie specifieke personeelsleden van de gemeentelijke dienst Marktwezen. In de tabel worden de huidige ("Bestaande") en de nieuwe financiële gegevens tegen elkaar afgezet.
- Salarisontwikkeling: Bij alle drie de ambtenaren is sprake van een loonstijging variërend tussen de 75 en 100 gulden op jaarbasis.
- Pensioensgrondslag: Bij de heer Plakké valt op dat de pensioensgrondslag ($f$ 2600,-) aanzienlijk hoger ligt dan zijn feitelijke salaris ($f$ 1700,- / $f$ 1775,-). De voetnoot met het symbool $\angle$ verklaart dit door een verwijzing naar Artikel 150 van de Pensioenwet 1922. Dit artikel bood vaak bescherming aan ambtenaren om bij een overgang naar een lager betaalde functie toch hun eerdere, hogere pensioenopbouw te behouden.
- Oververdiensten: De expliciete vermelding dat de heren geen "oververdiensten" genieten, was een standaardverklaring om aan te geven dat zij geen andere (neven)inkomsten ontvingen die de salarisregels zouden kunnen compliceren. Het document is gedateerd op 5 maart 1941, ruim negen maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een kritieke functie binnen het gemeentebestuur (waarschijnlijk van een grote gemeente zoals Amsterdam of Rotterdam), aangezien de voedselvoorziening en distributie steeds moeizamer verliepen en streng gecontroleerd werden.
Het Marktwezen overzag de handel op de markten (zoals de Centrale Markthallen), wat direct verbonden was met deze levensmiddelenvoorziening. De functies zoals 'marktopzichter' en 'assistent halopzichter-afslager' wijzen op toezichthoudende rollen binnen de voedselketen. Ondanks de oorlogsomstandigheden bleef de reguliere ambtenaren-bureaucratie, inclusief salarisverhogingen en pensioenwetgeving uit de jaren '20, in deze fase van de bezetting nog grotendeels op de vooroorlogse wijze functioneren.