Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op onofficieel papier).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op onofficieel papier). 5 mei 1941. De Directeur (van een niet nader gespecificeerde gemeentelijke dienst). Extra [handgeschreven]
VB/HG.
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
8A/52/2 M. 5 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 1 Mei 1941 no.816
Arb.1941, heb ik de eer U te berichten, dat geen vrouwelijk perso-
neel bij mijn dienst is te werk gesteld.
De Directeur, Dit document is een kort, formeel antwoord op een eerdere circulaire (rondschrijven) van de Wethouder voor de Arbeidszaken. De taal is uiterst ambtelijk en beleefd ("heb ik de eer U te berichten"). De essentie van de brief is een ontkennende rapportage: de betreffende dienst heeft op dat moment geen vrouwen in dienst. De afkorting "VB/HG" in de rechterbovenhoek verwijst waarschijnlijk naar de initialen van de opsteller en de typist(e). Het woord "Extra" suggereert dat dit document buiten de reguliere poststroom of met een specifieke prioriteit behandeld moest worden. De datum van de brief, 5 mei 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment precies een jaar bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting voerden de autoriteiten (zowel de bezetter als het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat) een strikt beleid ten aanzien van de arbeidsmarkt.
Er werden regelmatig inventarisaties gehouden onder overheidsdiensten. De vraag naar de aanwezigheid van vrouwelijk personeel kan in twee contexten worden geplaatst:
1. Beperking van vrouwenarbeid: De ideologie van de bezetter en conservatieve stromingen in Nederland streefden ernaar om vrouwen (zeker getrouwde vrouwen) uit het arbeidsproces te halen ten gunste van mannen.
2. Arbeidseinsatz: Later in de oorlog werd de registratie van personeel nog belangrijker voor de uitzending van werkkrachten, maar in mei 1941 ging het waarschijnlijk om een administratieve controle of een eerste stap naar het 'vrijmaken' van arbeidsplaatsen.
Gezien de adressering "Raadhuis, Alhier" betreft dit zeer waarschijnlijk een correspondentie binnen de gemeente Amsterdam, waar dergelijke circulaires (zoals no. 816 Arb. 1941) vaker werden uitgezet om de personeelssamenstelling nauwgezet in kaart te brengen. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een kort, formeel antwoord op een eerdere circulaire (rondschrijven) van de Wethouder voor de Arbeidszaken. De taal is uiterst ambtelijk en beleefd ("heb ik de eer U te berichten"). De essentie van de brief is een ontkennende rapportage: de betreffende dienst heeft op dat moment geen vrouwen in dienst. De afkorting "VB/HG" in de rechterbovenhoek verwijst waarschijnlijk naar de initialen van de opsteller en de typist(e). Het woord "Extra" suggereert dat dit document buiten de reguliere poststroom of met een specifieke prioriteit behandeld moest worden.
Historische Context
De datum van de brief, 5 mei 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment precies een jaar bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting voerden de autoriteiten (zowel de bezetter als het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat) een strikt beleid ten aanzien van de arbeidsmarkt.
Er werden regelmatig inventarisaties gehouden onder overheidsdiensten. De vraag naar de aanwezigheid van vrouwelijk personeel kan in twee contexten worden geplaatst:
1. Beperking van vrouwenarbeid: De ideologie van de bezetter en conservatieve stromingen in Nederland streefden ernaar om vrouwen (zeker getrouwde vrouwen) uit het arbeidsproces te halen ten gunste van mannen.
2. Arbeidseinsatz: Later in de oorlog werd de registratie van personeel nog belangrijker voor de uitzending van werkkrachten, maar in mei 1941 ging het waarschijnlijk om een administratieve controle of een eerste stap naar het 'vrijmaken' van arbeidsplaatsen.
Gezien de adressering "Raadhuis, Alhier" betreft dit zeer waarschijnlijk een correspondentie binnen de gemeente Amsterdam, waar dergelijke circulaires (zoals no. 816 Arb. 1941) vaker werden uitgezet om de personeelssamenstelling nauwgezet in kaart te brengen.