Officiële circulaire (brief) van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële circulaire (brief) van de Gemeente Amsterdam. 29 augustus 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedryven. (Noot: De spelling uit het origineel, inclusief het gebruik van de 'y' voor 'ij', is aangehouden.)
Nº 08A/77/1 M.1941 30/8
Gezien [paraaf]
Arb.z.Stadhuis A’dam, Aug. 1941
mi. sii [handgeschreven]
G E M E E N T E A M S T E R D A M
No 1530 a Arb.1941.
AMSTERDAM, 29 Augustus 1941.
Onderwerp:
Arbeidsdienst.
Hierby bericht ik U, dat ik van den Commissaris der provincie Noordholland de volgende circulaire heb ontvangen:
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN.
Betreffende:
Indienstneming van personeel herkomstig van den Nederl. Arbeidsdienst.
No 31448 Afd. O.P.V.
’s-GRAVENHAGE, 21 Augustus 1941.
Hierby heb ik de eer U mede te deelen, dat te myner kennis werd gebracht, dat het Rykscommissariaat de noodige maatregelen voorbereidt om te verhinderen, dat leden van het personeel van den Nederlandschen Arbeidsdienst, die als zoodanig ontslag hebben gevraagd -- na en in verband met de ontslagaanvrage als commandant door den Heer Breunese -- een andere betrekking in Overheidsdienst aanvaarden.
In afwachting van die maatregelen zal door de afdeeling Overheidspersoneelsvoorziening van myn Departement geen enkele bemiddeling worden verleend tot het verkrygen van een zoodanige betrekking door de bedoelde personen.
Het schynt my wenschelyk toe, het vorenstaande te Uwer kennis te brengen, opdat ook niet Uwerzyds, c.q. door onder U ressorteerende diensten -- zonder de tusschenkomst van de afdeeling Overheidspersoneelsvoorziening van myn Departement - personen in dienst zullen worden genomen, op wie de in het eerste lid bedoelde verbodsbepaling van toepassing is.
Ik heb den waarnemend-Commandant van den Ned. Arbeidsdienst doen vragen, my zoodra mogelyk een opgave te verstrekken van de evenbedoelde personen.
Na de ontvangst van deze opgave zal het Hoofd van de afdeeling Overheidspersoneelsvoorziening van myn Departement (Raamweg 3 te ’s-Gravenhage) dus in de gelegenheid zyn, U desgevraagd in te lichten, of personen, die U by onder U ressorteerende diensten werkzaam zoudt willen doen stellen, tot degenen behooren, die op grond van het gestelde in het eerste lid niet meer in Overheidsdienst mogen worden genomen.
Ik noodig U uit, ook de burgemeesters Uwer provincie met het vorenstaande in kennis te stellen.
De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken,
(get.) Frederiks.
Aan
Heeren Commissarissen in
de onderscheidene Provinciën.
Ik verzoek U by het aannemen van personeel wel met den inhoud van deze circulaire rekening te willen houden.
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[handtekening: Voûte]
Aan Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedryven.
de Gemeentesecretaris,
[handtekening: J.F. Franken] Dit document is een administratieve instructie die een keten van gezag illustreert tijdens de bezettingsjaren: van het departement in Den Haag naar de provincie, en vervolgens naar de gemeente Amsterdam. De kern van de brief is het uitsluiten van een specifieke groep sollicitanten voor overheidsfuncties.
Het gaat om personeelsleden van de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD) die ontslag hadden genomen uit solidariteit met hun commandant, J.N. Breunese. De bezetter (het Rijkscommissariaat) en de meewerkende Nederlandse secretaris-generaal Frederiks wilden voorkomen dat deze "onbetrouwbare" of opstandige elementen elders bij de overheid aan de slag konden. Er wordt hier dus een actieve zwarte lijst aangelegd.
De brief is ondertekend door Edward Voûte, de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam, wat het dwingende en collaboratieve karakter van de maatregel onderstreept. In augustus 1941 vond er een crisis plaats binnen de Nederlandse Arbeidsdienst. De NAD was oorspronkelijk opgezet als een werkinzet-organisatie, maar de Duitse bezetter wilde de dienst steeds meer inzetten voor nationaalsocialistische indoctrinatie. Commandant Breunese verzette zich hiertegen en nam ontslag toen de Duitsers de "Ariërverklaring" en andere nazi-symboliek wilden verplichten.
Veel van zijn ondergeschikten volgden zijn voorbeeld en namen ook ontslag. Dit document toont de repressieve reactie daarop: wie trouw bleef aan Breunese en zich verzette tegen de nazificatie van de Arbeidsdienst, werd effectief uitgesloten van alle andere overheidsfuncties. Het document weerspiegelt de groeiende grip van de bezetter op het Nederlandse ambtenarenapparaat in de tweede helft van 1941.