Archiefdocument
Origineel
Niet expliciet vermeld, maar de stijl en terminologie (zoals "Arbeidersreserve") wijzen op de periode rond het midden van de 20e eeuw (ca. 1930-1950). 8
hij door ziekte verhinderd werd zijn werkzaamheden te verrichten, wordt het ontslag door zijn ziekte niet opgeschort. Met ingang van den datum van het ontslag wordt de uitbetaling van het loon beëindigd.
ART. 29
Ongeschiktheid om de werkzaamheden te verrichten, ten gevolge van een ongeval, wordt voor de toepassing van deze paragraaf met ziekte gelijkgesteld.
ART. 30
(1) De werkman, die dienst doet in een hooger bezoldigde functie, dan waarvoor hij is aangesteld, heeft bij ziekte aanspraak op doorbetaling van het loon van die hoogere functie, indien hij in de 26 weken, welke aan het tijdstip, waarop hij ziek wordt, voorafgaan, ten minste gedurende 24 weken in de hooger bezoldigde functie heeft gewerkt.
(2) Den werkman der Arbeidersreserve, die ziek wordt tijdens zijn tewerkstelling bij een diensttak, wordt, indien terugzending naar de Arbeidersreserve hem nog niet is aangezegd, het loon der loonklasse betaald, waarin hij bij dien diensttak werkzaam was.
(3) Den werkman der Arbeidersreserve, die ziek wordt, terwijl hij niet bij een diensttak is te werk gesteld, wordt het garantieloon betaald. Desgelijks geschiedt na zijn terugkeer in de Arbeidersreserve, wanneer hij wel bij een diensttak is te werk gesteld en ziek wordt, nadat hem terugzending naar de Arbeidersreserve is aangezegd. Deze pagina bevat bepalingen over de rechtspositie van arbeiders in geval van ziekte en ontslag.
* De tekst boven Art. 29 stelt dat ziekte een reeds aangezegd ontslag niet uitstelt; de loonbetaling stopt op de oorspronkelijke ontslagdatum.
* Artikel 29 is een definitiebepaling: arbeidsongeschiktheid door een ongeval wordt juridisch gelijkgesteld aan ziekte voor de regels in dit hoofdstuk.
* Artikel 30 regelt de hoogte van de loonbetaling bij ziekte:
* Lid 1 stelt dat wie langdurig (minstens 24 van de laatste 26 weken) in een hoger betaalde functie heeft waargenomen, bij ziekte ook dat hogere loon behoudt.
* Lid 2 en 3 gaan specifiek over de "Arbeidersreserve". Arbeiders die tijdelijk bij een "diensttak" (een specifieke afdeling of dienst) werken, behouden bij ziekte hun actuele loon, tenzij ze al waren teruggeroepen naar de reserve. In dat laatste geval, of als ze al in de reserve zaten, ontvangen zij slechts een "garantieloon". De term "Arbeidersreserve" duidt op een organisatiestructuur waarbij een pool van werknemers beschikbaar wordt gehouden om flexibel te worden ingezet bij verschillende gemeentelijke of provinciale diensten (de "diensttakken"). Dit systeem kwam in de eerste helft van de 20e eeuw veel voor bij grote Nederlandse gemeenten (zoals Rotterdam of Amsterdam) voor bijvoorbeeld de reinigingsdienst, havenwerken of publieke werken. De regels weerspiegelen een vroege vorm van sociale zekerheid binnen een ambtelijke of semi-ambtelijke context, waarbij getracht wordt een balans te vinden tussen de bescherming van de werknemer en de budgettaire beheersbaarheid voor de werkgever. De spelling (bijv. "hooger", "den") is conform de spelling-Marchant, die tot 1947 officieel was. Publieke Werken