Getypte ambtelijke brief / memorie.
Origineel
Getypte ambtelijke brief / memorie. 7 October 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Distributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven: extra]
VD/HG.
BA/106/1 M.
7 October 1941.
Overwerk
H.A. van Duinhoven.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Telken jare is de hoofdclerk H.A. van Duinhoven (No. 58) van mijn dienst belast met het jaarwerk ten behoeve van salarisstaten, stamkaarten etc., waarbij dit jaar nog komen de werkzaamheden verbonden aan de loonbelastingadministratie. Deze werkzaamheden werden door hem steeds in overwerk verricht. Ook het jaarwerk 1940 is voor een belangrijk gedeelte door hem buiten de kantooruren verricht. In verband met het gestelde in het besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 2 Augustus 1940 No. 1130 Arb. 1940/724 L.M. 1940 kon hem daarvoor geen vergoeding wegens overwerk worden uitbetaald; in verband met de U bekende personeelssituatie bij mijn dienst (ik merk hierbij op, dat ook de positie van Van Duinhoven nader moet worden bezien), konden door hem evenmin de gemaakte overuren, vermeerderd met de percentages voor overwerk (vide het gestelde onder punt 4ª van bovengenoemd besluit) worden ingehaald.
Ook voor het jaarwerk 1941 is een situatie, als bovenomschreven, te verwachten. Waar inmiddels bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 24 Januari 1941 No. 1912 a Arb./724 L.M. 1940 bovengenoemd besluit van Burgemeester en Wethouders voor wat betreft de punten 4e en 5e is ingetrokken, waardoor het thans weder mogelijk is geworden – na verkregen machtiging van den Wethouder voor de Arbeidszaken – om in onvermijdelijke gevallen overwerk uit te betalen, verzoek ik U beleefd mij de hiertoe vereischte machtiging ten behoeve van Van Duinhoven te verstrekken.
De Directeur, In deze brief verzoekt de directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst aan de wethouder om toestemming voor het uitbetalen van overuren aan een personeelslid, hoofdclerk H.A. van Duinhoven.
De kernpunten zijn:
* Werkdruk: Van Duinhoven is verantwoordelijk voor de jaarlijkse administratie (salarissen, stamkaarten). In 1941 is daar de nieuwe loonbelastingadministratie bijgekomen, wat voor extra werk zorgt.
* Eerdere beperkingen: Door een besluit uit augustus 1940 was het verboden om overwerk uit te betalen. Vanwege personeelstekorten kon Van Duinhoven deze uren ook niet in vrije tijd compenseren ("inhalen").
* Nieuwe regelgeving: Een recenter besluit uit januari 1941 heeft deze beperkingen deels opgeheven, mits er machtiging is van de Wethouder voor de Arbeidszaken.
* Het verzoek: De directeur vraagt deze machtiging formeel aan om het structurele overwerk van Van Duinhoven financieel te kunnen compenseren. Het document dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De administratieve druk op gemeenten nam in deze periode enorm toe door de invoering van nieuwe wetgeving door de bezetter (zoals het Loonbelastingbesluit 1940) en de enorme uitbreiding van de distributieorganisatie (bonnenstelsel voor voedsel en goederen).
De geadresseerde, de "Wethouder voor de Levensmiddelen", was verantwoordelijk voor de lokale voedselvoorziening en de distributiedienst. De brief illustreert de bureaucratische realiteit van die tijd: ondanks de oorlogsomstandigheden en personeelstekorten bleef de ambtelijke molen draaien met strikte regelgeving rondom salarissen en vergoedingen. De vermelding van "No. 58" achter de naam van de ambtenaar wijst op een strak geregistreerd personeelsbestand.