Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 360
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief/Ambtelijk schrijven (doorslag).

30 oktober 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst).

Origineel

Brief/Ambtelijk schrijven (doorslag). 30 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst). D/G.

8A/115/1 M

30 October 1941.

Aanstelling Joodsch personeel.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Ingevolge telefonische mededeeling van den heer Admini-
strateur Uwer Afdeeling zal het niet-Joodsche personeel van myn
dienst niet op de voor de Joden aangewezen tydelyke hulpmarkten
(speelterreinen) als marktopzichter mogen optreden. Het zal
derhalve noodzakelyk zyn hiervoor Joodsche ambtenaren in dienst
te nemen. Ik stel U voor, hiervoor voorloopig 2 ambtenaren in
tydelyken dienst aan te stellen, die dan op de drie tydelyke
hulpmarkten voor de inning der marktgelden, de handhaving van
de orde en de overige, in het Reglement van de Markten opge-
nomen bepalingen hebben zorg te dragen. Deze ambtenaren kunnen
naar myn meening als marktopzichter in tydelyken dienst (sala-
risgroep III) worden aangesteld. Ik heb my hieromtrent reeds
in verbinding gesteld met de Afdeeling Arbeidszaken, teneinde
/of ingelicht te worden omtrent de mogelykheid/hiervoor ontslagen
Joodsche ambtenaren beschikbaar zyn. Hierby is gebleken, dat
een drietal Joodsche wachtgelders, voormalige agenten van
Politie, beschikbaar zyn, die gezien hun functie wel voor het
betreffende werk in aanmerking zullen kunnen komen.

Ik wys er hierby op, dat er echter eenigen tyd mede ge-
moeid zal zyn om de twee daaruit te kiezen krachten op de
hoogte te brengen van de te verrichten werkzaamheden. Het zal
derhalve noodig zyn gedurende den overgangstyd ook het niet-
Joodsche marktpersoneel van myn dienst toegang tot de boven-
bedoelde terreinen te verleenen, teneinde in de gelegenheid te
komen, het Joodsche personeel in te werken.

Ik verzoek U beleefd my Uwe ten deze vereischte machti-
ging, zoo mogelyk spoedig, omdat de betreffende hulpmarkten
reeds Maandag a.s. zullen worden aangewezen, te doen toekomen.

De Directeur, Dit document illustreert de praktische uitvoering van de segregatiepolitiek tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de brief is de organisatie van specifieke markten voor Joden (op speelterreinen), waarbij de directeur constateert dat niet-Joods personeel daar "niet mag optreden".

Opvallende punten:
* Segregatie: Er worden speciale "hulpmarkten" voor Joden ingericht. Dit was een direct gevolg van de verordening die Joden verbood om op reguliere markten te komen.
* Uitsluiting: Het feit dat niet-Joods personeel niet op deze markten mag werken, wijst op een strikte fysieke scheiding die van bovenaf (vermoedelijk door de bezetter) werd opgelegd.
* Recycling van ontslagen personeel: De directeur stelt voor om Joodse ex-politieagenten aan te nemen die op "wachtgeld" staan. Dit waren ambtenaren die eerder in 1941 waren ontslagen vanwege hun Joodse afkomst (als gevolg van de Ariërverklaring).
* Urgentie: De markten moesten de maandag daarop al open, wat de haast van het verzoek verklaart.
* Bureaucratische taal: De gruwelijke realiteit van de Jodenvervolging wordt verpakt in neutrale, ambtelijke termen zoals "overgangstyd" en "inwerken". In de herfst van 1941 werd de bewegingsvrijheid van Joden in Nederland drastisch ingeperkt. Vanaf september 1941 mochten Joden in Amsterdam alleen nog op speciaal aangewezen markten kopen en verkopen. Deze markten werden vaak ingericht op pleinen of speelterreinen, zoals het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat.

De in de brief genoemde "wachtgelders" zijn tragische figuren in dit proces; zij waren door de bezetter ongeschikt bevonden voor hun oorspronkelijke ambt bij de politie, maar werden nu door de gemeente Amsterdam ingezet om binnen de eigen Joodse gemeenschap toezicht te houden op de naleving van de marktregels. Dit document biedt een inkijkje in hoe de gemeentelijke bureaucratie meewerkte aan het faciliteren van de isolatie van de Joodse bevolking.

Samenvatting

Dit document illustreert de praktische uitvoering van de segregatiepolitiek tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de brief is de organisatie van specifieke markten voor Joden (op speelterreinen), waarbij de directeur constateert dat niet-Joods personeel daar "niet mag optreden".

Opvallende punten:
* Segregatie: Er worden speciale "hulpmarkten" voor Joden ingericht. Dit was een direct gevolg van de verordening die Joden verbood om op reguliere markten te komen.
* Uitsluiting: Het feit dat niet-Joods personeel niet op deze markten mag werken, wijst op een strikte fysieke scheiding die van bovenaf (vermoedelijk door de bezetter) werd opgelegd.
* Recycling van ontslagen personeel: De directeur stelt voor om Joodse ex-politieagenten aan te nemen die op "wachtgeld" staan. Dit waren ambtenaren die eerder in 1941 waren ontslagen vanwege hun Joodse afkomst (als gevolg van de Ariërverklaring).
* Urgentie: De markten moesten de maandag daarop al open, wat de haast van het verzoek verklaart.
* Bureaucratische taal: De gruwelijke realiteit van de Jodenvervolging wordt verpakt in neutrale, ambtelijke termen zoals "overgangstyd" en "inwerken".

Historische Context

In de herfst van 1941 werd de bewegingsvrijheid van Joden in Nederland drastisch ingeperkt. Vanaf september 1941 mochten Joden in Amsterdam alleen nog op speciaal aangewezen markten kopen en verkopen. Deze markten werden vaak ingericht op pleinen of speelterreinen, zoals het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat.

De in de brief genoemde "wachtgelders" zijn tragische figuren in dit proces; zij waren door de bezetter ongeschikt bevonden voor hun oorspronkelijke ambt bij de politie, maar werden nu door de gemeente Amsterdam ingezet om binnen de eigen Joodse gemeenschap toezicht te houden op de naleving van de marktregels. Dit document biedt een inkijkje in hoe de gemeentelijke bureaucratie meewerkte aan het faciliteren van de isolatie van de Joodse bevolking.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6