Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 373
Dossier 6
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

„2. De aanstelling in tijdelijken dienst bij de Arbeidersreserve geschiedt door den directeur voor de Gemeentelijke Personeelsvoorziening.

  1. De aanstelling van den jeugdigen werkman geschiedt door het hoofd van den diensttak, waarbij hij werkzaam zal zijn, met uitzondering van den jeugdigen werkman, aangenomen voor den conducteursdienst der Gemeentetram, die zal worden aangesteld door den directeur, genoemd in het tweede lid.”;

C dat de Regeeringscommissaris op 20 Juni 1941 heeft besloten, het Werklieden-reglement te wijzigen en aan te vullen als volgt:

1º het bepaalde in het eerste lid van art. 30 wordt gelezen als volgt:
„(1) De werkman, die dienst doet in een hooger bezoldigde functie, dan waarvoor hij is aangesteld, heeft bij ziekte aanspraak op doorbetaling van het loon van die hoogere functie, indien hij in de 26 weken, welke aan het tijdstip, waarop hij ziek wordt, voorafgaan, ten minste gedurende 24 weken in de hooger bezoldigde functie heeft gewerkt.”;

2º het bepaalde in het vierde lid van art. 30 wordt gelezen als volgt:
„(4) De werkman der Arbeidersreserve, die ziek wordt, nadat hij, onmiddellijk daaraan voorafgaand, gedurende 4 weken achtereen het volle in de waakroosters vermelde aantal uren heeft gewaakt, heeft aanspraak op het loon van de loon-klasse, waarin de waakdiensten zijn ingedeeld.”;

3º het bepaalde in het eerste lid van art. 41 wordt gelezen als volgt:
„(1) De werkman, die dienst doet in een hooger bezoldigde functie, dan waarvoor hij is aangesteld, heeft gedurende zijn vacantie en verlof aanspraak op doorbetaling van het loon van die hoogere functie, indien hij in de 26 weken, welke aan het tijdstip, waarop hij met vacantie of verlof gaat, voorafgaan, ten minste gedurende 24 weken in de hooger bezoldigde functie heeft gewerkt.”;

4º art. 41 wordt aangevuld met een nieuw derde lid, luidende als volgt:
„(3) De werkman der Arbeidersreserve, wien vacantie of verlof wordt ver-leend, nadat hij, onmiddellijk daaraan voorafgaand, gedurende 4 weken achter-een het volle in de waakroosters vermelde aantal uren heeft gewaakt, heeft aanspraak op het loon van de loonklasse, waarin de waakdiensten zijn ingedeeld.”;

D dat de Regeeringscommissaris op 29 Augustus 1941 heeft besloten:
met ingang op 1 September 1941:
het Werkliedenreglement te wijzigen door het bepaalde in het tweede lid van art. 58 te lezen als volgt:
„(2) Bij de oplegging der straffen, met uitzondering van die, bedoeld onder a, b en c van het eerste lid, kan een termijn worden bepaald van ten hoogste drie jaren, gedurende welken de werkman, door zich aan geen nieuw strafbaar feit schuldig te maken en door naleving van bij de strafoplegging gestelde voorwaarden, gelegen-heid zal hebben, de uitvoering der straf te voorkomen.”

De Burgemeester voornoemd,
[Handtekening]

de Gemeentesecretaris,
[Handtekening]

AMSTERDAM, ~~October 1941.~~ 5 November Dit document bevat een reeks formele wijzigingen in het "Werkliedenreglement" van de gemeente Amsterdam, vastgesteld door de Regeringscommissaris in 1941. De belangrijkste punten zijn:

  • Arbeidersreserve: Er worden regels vastgesteld voor de aanstelling van personeel bij de Arbeidersreserve en voor jongeren (waaronder tramconducteurs).
  • Ziekte en Verlof: De artikelen 30 en 41 worden aangepast om te bepalen dat arbeiders die tijdelijk in een hoger bezoldigde functie werken, ook tijdens ziekte of verlof recht hebben op dat hogere loon, mits zij daarvoor een minimale periode (24 van de 26 weken) in die functie hebben gewerkt. Ook voor de Arbeidersreserve worden specifieke voorwaarden gesteld aan de loonhoogte bij ziekte en verlof op basis van gewerkte uren.
  • Disciplinaire Straffen: Artikel 58 wordt gewijzigd om de mogelijkheid van een voorwaardelijke straf (met een proeftijd van maximaal drie jaar) in te voeren voor bepaalde vergrijpen.
  • Ondertekening: Het document is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris, met een handgeschreven datumcorrectie naar 5 november 1941. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "Regeeringscommissaris" verwijst hier naar de burgemeester van Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). Na het opzijschuiven van de gemeenteraad door de bezetter begin 1941, kreeg de burgemeester de bevoegdheden van zowel de raad als het college van B&W, opererend onder toezicht van de Duitse autoriteiten.

De "Arbeidersreserve" was een pool van tijdelijke krachten die door de gemeente werd ingezet. In de context van de oorlogseconomie en de toenemende druk op de arbeidsmarkt (mede door de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) was de regulering van gemeentelijk personeel een belangrijk administratief instrument. De wijzigingen in het reglement tonen een poging om arbeidsvoorwaarden en tuchtmaatregelen binnen het gemeentelijk apparaat te formaliseren en te stroomlijnen onder het nieuwe regime. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document bevat een reeks formele wijzigingen in het "Werkliedenreglement" van de gemeente Amsterdam, vastgesteld door de Regeringscommissaris in 1941. De belangrijkste punten zijn:

  • Arbeidersreserve: Er worden regels vastgesteld voor de aanstelling van personeel bij de Arbeidersreserve en voor jongeren (waaronder tramconducteurs).
  • Ziekte en Verlof: De artikelen 30 en 41 worden aangepast om te bepalen dat arbeiders die tijdelijk in een hoger bezoldigde functie werken, ook tijdens ziekte of verlof recht hebben op dat hogere loon, mits zij daarvoor een minimale periode (24 van de 26 weken) in die functie hebben gewerkt. Ook voor de Arbeidersreserve worden specifieke voorwaarden gesteld aan de loonhoogte bij ziekte en verlof op basis van gewerkte uren.
  • Disciplinaire Straffen: Artikel 58 wordt gewijzigd om de mogelijkheid van een voorwaardelijke straf (met een proeftijd van maximaal drie jaar) in te voeren voor bepaalde vergrijpen.
  • Ondertekening: Het document is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris, met een handgeschreven datumcorrectie naar 5 november 1941.

Historische Context

Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "Regeeringscommissaris" verwijst hier naar de burgemeester van Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). Na het opzijschuiven van de gemeenteraad door de bezetter begin 1941, kreeg de burgemeester de bevoegdheden van zowel de raad als het college van B&W, opererend onder toezicht van de Duitse autoriteiten.

De "Arbeidersreserve" was een pool van tijdelijke krachten die door de gemeente werd ingezet. In de context van de oorlogseconomie en de toenemende druk op de arbeidsmarkt (mede door de gedwongen tewerkstelling in Duitsland) was de regulering van gemeentelijk personeel een belangrijk administratief instrument. De wijzigingen in het reglement tonen een poging om arbeidsvoorwaarden en tuchtmaatregelen binnen het gemeentelijk apparaat te formaliseren en te stroomlijnen onder het nieuwe regime.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6