Ambtelijke brief (bladzijde 1).
Origineel
Ambtelijke brief (bladzijde 1). 12 december 1941. Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 1 van brief No. 8A/131/1 M. d.d. 12 December 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
I. T. Jonkman (no. 106) hoofdopzichter. Salarisgroep VII.
Zijn huidige salaris bedraagt ƒ 3250,-; maximum. Sedert November 1940 verricht deze ambtenaar belangrijker werk, dan dat, als hoofdopzichter van het koelhuis op de Centrale Markt. Hij heeft een gedeelte van de werkzaamheden van den Hoofdambtenaar (salarisgroep XIII), en speciaal de technische, overgenomen en is thans belast met de leiding van den geheelen technischen dienst van het Marktwezen. Naast zijn bestaande werkzaamheden terzake van de technische exploitatie van het koelhuis en het toezicht op de exploitatie der installaties, gebouwen en terreinen, is hij nu belast met het toezicht op de commercieele exploitatie van het koelhuis, het voorbereiden van de successievelijk noodig geworden uitbreidingen (spoorwegaccordement) benevens die, welke binnen afzienbaren tijd noodig zullen zijn (uitbreiding veilinginstallaties, uitbreiding pakhuisruimte). Tevens is hij thans belast met de uitvoering van een serie proefnemingen terzake van de verbetering der bewaarmethode voor fruit en groenten, welke thans deels in het koelhuis op de Centrale Markt en het laboratorium van Prof. A.M. Sprenger te Wageningen worden genomen, onder auspiciën van een door de Centrale Org. T.N.O. ingestelde commissie. Deze proefnemingen zijn voor het koelhuis van zeer groot belang.
Ik geef in overweging Jonkman nader aan te stellen tot Chef van den Technischen Dienst in salarisgroep IX en de formatie dienovereenkomstig te herzien.
II. H.A. van Duinhoven (no. 58) hoofdklerk. Salarisgroep V.
Zijn huidige salaris bedraagt ƒ 2500,-; de eerstvolgende periodieke verhooging (ƒ 150,-) zal worden verleend met ingang van 1 Juni 1942. (Hij ontvangt bovendien wegens betaling van overwerk + ƒ 150,- per jaar, welk emolument bij aanvaarding van onderstaand voorstel, ingevolge artikel 17 lid 2 van het Ambtenarenreglement voorgoed zal vervallen).
De werkzaamheden van dezen ambtenaar zijn geenszins die van een hoofdklerk. Reeds in mijn voorstel d.d. 27 October 1937 No. 8A/112/1 M. werd in overweging gegeven Van Duinhoven in verband met den aard van zijn werkzaamheden te bevorderen tot adjunct-bureauchef. Uw Ambtgenoot voor de Arbeidszaken heeft daartegen in zijn brief van 12 November 1937 No. 1364 Arb./ 29/29 L.M. 1937 bezwaar gemaakt, omdat dan de rang van hoofdklerk zou worden overgeslagen. Sedertdien en speciaal sedert November 1940 na het ontslag van de Joodsche ambtenaren zijn de werkzaamheden van Van Duinhoven veel belangrijker geworden. Hij heeft de leiding van het bureau van de directie, over de loonadministratie en van de personeelszaken; hij concipieert dienstcorrespondentie en werkt rapporten uit, terwijl hij alle belangrijke dienstvergaderingen en besprekingen notuleert.
Hoewel op grond van deze werkzaamheden een nog hoogere indeeling te verdedigen zou zijn, geef ik – mede in verband met den nog vrij jeugdigen leeftijd – in overweging om Van Duinhoven nader aan te stellen tot bureauchef (salarisgroep VII) en de formatie dienovereenkomstig te herzien. Het document is een interne ambtelijke rapportage uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De tekst is zakelijk en bureaucratisch van aard, getypt op een schrijfmachine met doorslagen (gezien de textuur van de inkt).
De kern van het document is een verzoek om salarisverhoging en functiewijziging voor twee specifieke ambtenaren binnen het 'Marktwezen' (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam, gezien de structuur met een Wethouder voor Levensmiddelen).
* Jonkman wordt voorgedragen voor een sprong van salarisgroep VII naar IX vanwege zijn uitgebreide technische en commerciële verantwoordelijkheden, waaronder onderzoek naar voedselconservering in samenwerking met TNO en de Landbouwhogeschool Wageningen.
* Van Duinhoven wordt voorgedragen voor een sprong van salarisgroep V naar VII. Hierbij wordt expliciet verwezen naar een eerdere afwijzing in 1937. Dit document is historisch saillant vanwege de expliciete vermelding onder punt II: "sedert November 1940 na het ontslag van de Joodsche ambtenaren zijn de werkzaamheden van Van Duinhoven veel belangrijker geworden."
In november 1940 werden alle Joodse ambtenaren in Nederland door de bezetter geschorst en later ontslagen (de Ariërverklaring). Dit document illustreert de directe administratieve gevolgen van deze zuivering: de werkdruk voor de overgebleven 'niet-Joodse' ambtenaren nam toe omdat zij de taken van hun ontslagen collega's moesten overnemen. Het toont aan hoe de uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking diep doordrong in de dagelijkse bedrijfsvoering van overheidsinstanties en zelfs werd gebruikt als argument voor de bevordering van overgebleven personeel. Daarnaast weerspiegelt het document de oorlogsomstandigheden door de nadruk op de voedselvoorziening ("Levensmiddelen"), de technische exploitatie van koelhuizen en wetenschappelijk onderzoek naar de houdbaarheid van groente en fruit.