Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. Mr. Broese besprak
v/ Gev. Bestuur
mededeeling personeel
winter gebruik van
klompen — geen
werkschoenen?
—————
11-11-'41
—————
Niet noodig.
Vragen of klompen verstrekt
mogen worden.
10-12-41
[onleesbare paraaf, mogelijk 'W'] Deze korte notitie is een typerend voorbeeld van de ambtelijke gang van zaken tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Deelnemers: "Mr. Broese" (waarschijnlijk een jurist of hogere ambtenaar) bespreekt een kwestie met het "Gev. Bestuur" (Gevangenisbestuur). Dit duidt erop dat de notitie betrekking heeft op het gevangeniswezen.
* Problematiek: Door de oorlogsschaarste waren grondstoffen voor schoeisel (zoals leer en rubber) uiterst schaars. Er wordt gedebatteerd over een mededeling aan het personeel over het gebruik van klompen in de winter, aangezien er geen gewone werkschoenen beschikbaar zijn.
* Besluitvorming: Op 11 november 1941 is de conclusie nog "Niet noodig" – mogelijk hoopte men toen nog op de levering van schoenen of vond men het officieel toestaan van klompen voor ambtenaren (nog) ongewenst.
* Kentering: Precies een maand later, op 10 december, is de situatie blijkbaar nijpender geworden en wordt de concrete vraag gesteld of de klompen daadwerkelijk verstrekt mogen worden. In de winter van 1941-1942 begon de schaarste in bezet Nederland drastische vormen aan te nemen. De distributie van kleding en schoeisel was streng gerantsoeneerd. Voor veel beroepsgroepen die buiten of in onverwarmde ruimtes werkten, was het gebrek aan degelijk schoeisel een groot probleem.
Klompen, hoewel traditioneel en goedkoop, werden door de overheid vaak als 'armoedig' of niet-representatief beschouwd voor officieel personeel. De aarzeling die uit deze notitie spreekt ("Niet noodig" vs. de latere vraag om verstrekking), illustreert de bureaucratische worsteling met de dagelijkse realiteit van de bezettingstijd: de overgang van formele standaarden naar overleven met wat er nog beschikbaar was.
Samenvatting
Deze korte notitie is een typerend voorbeeld van de ambtelijke gang van zaken tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Deelnemers: "Mr. Broese" (waarschijnlijk een jurist of hogere ambtenaar) bespreekt een kwestie met het "Gev. Bestuur" (Gevangenisbestuur). Dit duidt erop dat de notitie betrekking heeft op het gevangeniswezen.
* Problematiek: Door de oorlogsschaarste waren grondstoffen voor schoeisel (zoals leer en rubber) uiterst schaars. Er wordt gedebatteerd over een mededeling aan het personeel over het gebruik van klompen in de winter, aangezien er geen gewone werkschoenen beschikbaar zijn.
* Besluitvorming: Op 11 november 1941 is de conclusie nog "Niet noodig" – mogelijk hoopte men toen nog op de levering van schoenen of vond men het officieel toestaan van klompen voor ambtenaren (nog) ongewenst.
* Kentering: Precies een maand later, op 10 december, is de situatie blijkbaar nijpender geworden en wordt de concrete vraag gesteld of de klompen daadwerkelijk verstrekt mogen worden.
Historische Context
In de winter van 1941-1942 begon de schaarste in bezet Nederland drastische vormen aan te nemen. De distributie van kleding en schoeisel was streng gerantsoeneerd. Voor veel beroepsgroepen die buiten of in onverwarmde ruimtes werkten, was het gebrek aan degelijk schoeisel een groot probleem.
Klompen, hoewel traditioneel en goedkoop, werden door de overheid vaak als 'armoedig' of niet-representatief beschouwd voor officieel personeel. De aarzeling die uit deze notitie spreekt ("Niet noodig" vs. de latere vraag om verstrekking), illustreert de bureaucratische worsteling met de dagelijkse realiteit van de bezettingstijd: de overgang van formele standaarden naar overleven met wat er nog beschikbaar was.