Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 454
Dossier 6
Jaar 1941
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

27 december 1940.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 27 december 1940. [Stempel linksboven:] Nº 8B / 1 / 1
[Handgeschreven tekst midden boven:] M. 1941 3/y
[Handgeschreven tekst rechtsboven:] Marktw

No. 2410 a P.B.
[Handgeschreven:] 1090 Lim. 1940

Regeling betaling extra-pensioenbijdrage door ambtenaren en werklieden, die gemobiliseerd zijn geweest en gedurende die periode geen pensioenbijdragen hebben betaald.

E x t r a c t

uit het Boek der Besluiten van

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam

Vrijdag 27 December 1940.

De Wethouder voor de Pensioenen vestigt de aandacht der Vergadering op de beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken d.d. 18 November 1940, No. 172 IV, welke circulaire van hem, Wethouder, d.d. 3 December j.l., No. 2410 P.B., aan de leden van het College is bekend gemaakt. Krachtens deze beschikking dient ten aanzien van een ambtenaar in den zin der Pensioenwet 1922 (Stbl. No. 240), die in verband met oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden verplichten militairen dienst heeft verricht en op wien, in verband met het feit, dat gedurende bedoelde periode zijn militaire belooning meer bedroeg dan zijn netto-bezoldiging als burgerlijk ambtenaar, geen verhaal van pensioenbijdragen heeft plaats gehad, alsnog, te rekenen van 21 November l.l. af, die bijdrage te worden gevorderd.

Reeds bij circulaire van hem, Wethouder, d.d. 19 Mei 1939, No. 907 P.B. werden voorschriften gegeven, welke van dezelfde strekking waren als de bovengenoemde beschikking. Echter moest hierop bij circulaire d.d. 26 Juli 1939, No. 907 a P.B. worden teruggekomen in verband met een ter zake gevoerde correspondentie met den Minister van Binnenlandsche Zaken, welke bewindsman toen te kennen gaf, dat de door de Gemeente Amsterdam in dezen gevolgde gedragslijn niet de juiste was.

Het praktisch gevolg van meergenoemde beschikking is, dat hooger bedoelde ambtenaren en werklieden der Gemeente, die in den loop der jaren 1939 en 1940 in verplichten militairen dienst zijn geweest, thans gedurende een periode, gelijk aan dien dienst, boven de reeds door hen aan de Gemeente verschuldigde pensioenbijdrage van 10 % van hun pensioengrondslag, een gelijke bijdrage zullen hebben aan te zuiveren.

Het behoeft geen betoog, dat zulks in de tegenwoordige tijdsomstandigheden, voor betrokkenen groote bezwaren medebrengt.

Hieraan ware tegemoet te komen door toe te passen de in bovengenoemde beschikking vervatte bepaling, dat in bijzondere gevallen het betrokken lichaam het te verhalen bedrag over een langer tijdvak kan invorderen.

Hij, Wethouder voornoemd, acht het noodzakelijk, dat van de evenbedoelde bevoegdheid wordt gebruik gemaakt en stelt mitsdien aan de Vergadering voor te bepalen, dat het percentage van de alsnog in te vorderen pensioenbijdrage als bovenbedoeld zal worden gesteld op 2½ in plaats van 10 waardoor het aan te zuiveren bedrag door betrokkenen in een viermaal langer tijdvak dan als algemeene regel geldt, zal zijn afbetaald. Indien reeds een hooger bedrag is ingehouden dan dient het verschil tusschen 10% en 2½% aan betrokkenen te worden gerestitueerd.

De Vergadering besluit dienovereenkomstig.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau (10 stuks met stukken).

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,

(get.) J. F. FRANKEN

I.S.

--- * Kernproblematiek: Ambtenaren die tijdens de mobilisatie (1939-1940) in militaire dienst waren en daar meer verdienden dan hun civiele loon, hebben over die periode geen pensioenpremie betaald. De rijksoverheid verplicht de gemeente nu om deze achterstallige premies (10% van de pensioengrondslag) alsnog te innen.
* Sociaal aspect: De Wethouder erkent dat het in één keer of in hoog tempo terugvorderen van 10% extra loon in de "tegenwoordige tijdsomstandigheden" (de bezettingstijd) een te zware financiële last is voor het personeel.
* Besluit: De gemeente Amsterdam maakt gebruik van een uitzonderingsclausule om de terugbetaling te spreiden. In plaats van 10% wordt er slechts 2,5% per periode ingehouden, waardoor de terugbetalingstermijn vier keer zo lang wordt. Reeds teveel ingehouden bedragen worden teruggegeven.
* Opmerkelijke details: Het document verwijst naar de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken. Dit weerspiegelt de bestuurlijke verhoudingen tijdens de bezetting, waarbij de Secretarissen-Generaal de hoogste Nederlandse ambtenaren waren die onder Duits toezicht het land bestuurden.

--- Dit document dateert van december 1940, ruim zeven maanden na de Nederlandse capitulatie. De Nederlandse krijgsmacht was gedemobiliseerd en veel ambtenaren waren teruggekeerd in hun burgerfunctie. De juridische en financiële afwikkeling van de mobilisatieperiode (augustus 1939 - mei 1940) was op dat moment in volle gang.

Het besluit toont aan dat het Amsterdamse gemeentebestuur (B&W) probeerde de nadelige financiële gevolgen van landelijke richtlijnen voor haar eigen personeel te verzachten. De genoemde ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris van Amsterdam. De wethouder die het voorstel indiende was waarschijnlijk de wethouder voor sociale zaken/pensioenen, die in deze vroege fase van de bezetting nog probeerde binnen de marges van de wet de belangen van de werknemers te behartigen. De handgeschreven parafen en codes rechtsboven duiden op de administratieve verwerking door verschillende gemeentelijke afdelingen (zoals de Marktwezen-afdeling, gezien de notitie "Marktw").

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Ambtenaren die tijdens de mobilisatie (1939-1940) in militaire dienst waren en daar meer verdienden dan hun civiele loon, hebben over die periode geen pensioenpremie betaald. De rijksoverheid verplicht de gemeente nu om deze achterstallige premies (10% van de pensioengrondslag) alsnog te innen.
  • Sociaal aspect: De Wethouder erkent dat het in één keer of in hoog tempo terugvorderen van 10% extra loon in de "tegenwoordige tijdsomstandigheden" (de bezettingstijd) een te zware financiële last is voor het personeel.
  • Besluit: De gemeente Amsterdam maakt gebruik van een uitzonderingsclausule om de terugbetaling te spreiden. In plaats van 10% wordt er slechts 2,5% per periode ingehouden, waardoor de terugbetalingstermijn vier keer zo lang wordt. Reeds teveel ingehouden bedragen worden teruggegeven.
  • Opmerkelijke details: Het document verwijst naar de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken. Dit weerspiegelt de bestuurlijke verhoudingen tijdens de bezetting, waarbij de Secretarissen-Generaal de hoogste Nederlandse ambtenaren waren die onder Duits toezicht het land bestuurden.

Historische Context

Dit document dateert van december 1940, ruim zeven maanden na de Nederlandse capitulatie. De Nederlandse krijgsmacht was gedemobiliseerd en veel ambtenaren waren teruggekeerd in hun burgerfunctie. De juridische en financiële afwikkeling van de mobilisatieperiode (augustus 1939 - mei 1940) was op dat moment in volle gang.

Het besluit toont aan dat het Amsterdamse gemeentebestuur (B&W) probeerde de nadelige financiële gevolgen van landelijke richtlijnen voor haar eigen personeel te verzachten. De genoemde ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris van Amsterdam. De wethouder die het voorstel indiende was waarschijnlijk de wethouder voor sociale zaken/pensioenen, die in deze vroege fase van de bezetting nog probeerde binnen de marges van de wet de belangen van de werknemers te behartigen. De handgeschreven parafen en codes rechtsboven duiden op de administratieve verwerking door verschillende gemeentelijke afdelingen (zoals de Marktwezen-afdeling, gezien de notitie "Marktw").

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6