Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 2 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). HG.
[Handgeschreven in blauw krijt/potlood:] Verzonden 3/4
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Alhier.
8B/3/2 M.
2 April 1941.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No.201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik de eer U te berichten, dat gedurende het eerste kwartaal 1941 bij het Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
De Directeur,
[Handgeschreven in rood:]
Idem 2e kwartaal
(1 doorslag)
8B/3/3 M
[Handgeschreven in zwarte inkt:]
3/7/41 [paraf] Deze brief is een formele administratieve melding van de Directeur van de Dienst van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In de brief wordt gerapporteerd dat er in het eerste kwartaal van 1941 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1922) werkzaamheden hebben verricht voor de dienst.
De brief verwijst naar een instructie uit 1936, wat aangeeft dat dit een reguliere, periodieke rapportageplicht was. De handgeschreven toevoegingen onderaan de brief tonen aan dat hetzelfde document is gebruikt als klad of referentie voor de rapportage over het tweede kwartaal van 1941, die op 3 juli 1941 is afgehandeld onder kenmerk 8B/3/3 M. De brief dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Het "Marktwezen" hield zich bezig met de organisatie en controle van de markten.
Dergelijke rapportages waren noodzakelijk om toezicht te houden op de arbeidsmarkt en de pensioenuitgaven. Het feit dat de bureaucratische processen uit 1936 gewoon werden voortgezet, illustreert de continuïteit van het Nederlandse ambtenarenapparaat aan het begin van de bezettingstijd. De vermelding "Alhier" duidt erop dat de brief binnen hetzelfde gemeentebestuur (waarschijnlijk Amsterdam) is verzonden.