Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier). 6 januari 1941. De Directeur (van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). extra HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
8B/3/1 M. 6 Januari 1941.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de
Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No.201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik
de eer U te berichten, dat gedurende het vierde kwartaal 1940 bij
het Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen,
wien pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
De Directeur, Deze brief is een formele administratieve rapportage van de directeur van de gemeentelijke dienst Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is een "nihil-melding": in het vierde kwartaal van 1940 zijn er geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet 1922) tewerkgesteld bij het Marktwezen.
Dit soort rapportages was verplicht op basis van eerdere besluitvorming uit 1936. Het doel van dergelijke controles was waarschijnlijk het voorkomen van "dubbel inkomen" (het gelijktijdig ontvangen van een overheidspensioen en een salaris uit een overheidsfunctie) of het reguleren van de arbeidsmarkt in tijden van werkloosheid. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleef de gemeentelijke bureaucratie in grote mate op de vertrouwde wijze functioneren.
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel (de bonkaarten). Het "Marktwezen" hield toezicht op de handel en de markten, wat onder de bezettingsomstandigheden streng gereguleerd werd om zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren. De verwijzing naar de Pensioenwet van 1922 (Staatsblad 240) toont aan dat men vasthield aan de vigerende Nederlandse wetgeving voor ambtenarenpensioenen. Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formele administratieve rapportage van de directeur van de gemeentelijke dienst Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is een "nihil-melding": in het vierde kwartaal van 1940 zijn er geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet 1922) tewerkgesteld bij het Marktwezen.
Dit soort rapportages was verplicht op basis van eerdere besluitvorming uit 1936. Het doel van dergelijke controles was waarschijnlijk het voorkomen van "dubbel inkomen" (het gelijktijdig ontvangen van een overheidspensioen en een salaris uit een overheidsfunctie) of het reguleren van de arbeidsmarkt in tijden van werkloosheid.
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleef de gemeentelijke bureaucratie in grote mate op de vertrouwde wijze functioneren.
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel (de bonkaarten). Het "Marktwezen" hield toezicht op de handel en de markten, wat onder de bezettingsomstandigheden streng gereguleerd werd om zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren. De verwijzing naar de Pensioenwet van 1922 (Staatsblad 240) toont aan dat men vasthield aan de vigerende Nederlandse wetgeving voor ambtenarenpensioenen.