Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen. 3 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de dienst Marktwezen). HG.
Handgeschreven (blauw): Verzonden 3/7
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
8B/3/3 M. 3 Juli 1941.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de
Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No.201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik de
eer U te berichten, dat gedurende het tweede kwartaal 1941 bij het
Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien
pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
De Directeur,
Handgeschreven handtekening/paraf
Handgeschreven (rood): 8 B/3/4 M
Handgeschreven (potlood): 6/10/41 HG Dit document is een formele rapportage van de Directeur van de dienst Marktwezen aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De brief dient ter bevestiging dat er in het tweede kwartaal van 1941 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1922) werkzaamheden hebben verricht voor de betreffende dienst.
Dergelijke rapportages waren noodzakelijk om toezicht te houden op de rechtmatigheid van pensioenuitkeringen; indien een gepensioneerde weer aan de slag ging, kon dit gevolgen hebben voor de hoogte of het recht op het pensioen. De brief bevat diverse administratieve kenmerken die duiden op een strakke archivering, zoals de stempel "Verzonden 3/7" en het rode archiefnummer onderaan. De brief is gedateerd op 3 juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef de Nederlandse gemeentelijke administratie grotendeels op de gebruikelijke wijze functioneren. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in oorlogstijd van cruciaal belang vanwege de invoering van de distributie en de groeiende voedselschaarste.
Het feit dat er specifiek gerapporteerd wordt over gepensioneerden past in de bureaucratische controle die tijdens de bezettingsjaren eerder toe- dan afnam. De Dienst Marktwezen was verantwoordelijk voor het beheer van de markten in de stad, wat in tijden van schaarste een gevoelig onderdeel van de voedselvoorziening vormde. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele rapportage van de Directeur van de dienst Marktwezen aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De brief dient ter bevestiging dat er in het tweede kwartaal van 1941 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1922) werkzaamheden hebben verricht voor de betreffende dienst.
Dergelijke rapportages waren noodzakelijk om toezicht te houden op de rechtmatigheid van pensioenuitkeringen; indien een gepensioneerde weer aan de slag ging, kon dit gevolgen hebben voor de hoogte of het recht op het pensioen. De brief bevat diverse administratieve kenmerken die duiden op een strakke archivering, zoals de stempel "Verzonden 3/7" en het rode archiefnummer onderaan.
Historische Context
De brief is gedateerd op 3 juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef de Nederlandse gemeentelijke administratie grotendeels op de gebruikelijke wijze functioneren. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in oorlogstijd van cruciaal belang vanwege de invoering van de distributie en de groeiende voedselschaarste.
Het feit dat er specifiek gerapporteerd wordt over gepensioneerden past in de bureaucratische controle die tijdens de bezettingsjaren eerder toe- dan afnam. De Dienst Marktwezen was verantwoordelijk voor het beheer van de markten in de stad, wat in tijden van schaarste een gevoelig onderdeel van de voedselvoorziening vormde.