Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 4 augustus 1941. De Directeur (van een onbekende gemeentelijke dienst). [Handgeschreven in de rechterbovenhoek:] Extra [?]
den Heer Wethouder
voor de Pensioenen,
Raadhuis,
A l h i e r.
8B/8/2 M 4 Augustus 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 Juli jl. no.1603a
P.B. heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst geen ge-
pensionneerden, als bedoeld in de circulaire van den Secre-
taris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken
d.d. 30 Juni 1941, werkzaam zijn.
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een administratieve reactie op een eerdere navraag van de wethouder voor pensioenen. De directeur van de betreffende dienst verklaart hierbij dat er op dat moment geen gepensioneerden binnen zijn afdeling werkzaam zijn.
De brief verwijst specifiek naar een circulaire van de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 30 juni 1941. In die tijd (tijdens de Duitse bezetting) werden dergelijke inventarisaties vaak uitgevoerd om inzicht te krijgen in het personeelsbestand, mogelijk om de inzet van gepensioneerden te reguleren of om plaatsen vrij te maken voor anderen. Het document dateert uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandse overheidsadministratie bleef onder toezicht van de bezetter functioneren, waarbij de Secretarissen-Generaal (de hoogste ambtenaren) een cruciale rol speelden als verbindingsstuk tussen het bezettingsbestuur en de lokale overheden.
Dergelijke administratieve correspondentie is typerend voor de bureaucratische afwikkeling van personeelszaken in oorlogstijd. Hoewel de brief op zichzelf neutraal lijkt, past hij in het grotere plaatje van de toenemende controle op en herstructurering van het overheidsapparaat tijdens de bezettingsjaren. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevinden.
Samenvatting
Deze korte, zakelijke brief is een administratieve reactie op een eerdere navraag van de wethouder voor pensioenen. De directeur van de betreffende dienst verklaart hierbij dat er op dat moment geen gepensioneerden binnen zijn afdeling werkzaam zijn.
De brief verwijst specifiek naar een circulaire van de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 30 juni 1941. In die tijd (tijdens de Duitse bezetting) werden dergelijke inventarisaties vaak uitgevoerd om inzicht te krijgen in het personeelsbestand, mogelijk om de inzet van gepensioneerden te reguleren of om plaatsen vrij te maken voor anderen.
Historische Context
Het document dateert uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandse overheidsadministratie bleef onder toezicht van de bezetter functioneren, waarbij de Secretarissen-Generaal (de hoogste ambtenaren) een cruciale rol speelden als verbindingsstuk tussen het bezettingsbestuur en de lokale overheden.
Dergelijke administratieve correspondentie is typerend voor de bureaucratische afwikkeling van personeelszaken in oorlogstijd. Hoewel de brief op zichzelf neutraal lijkt, past hij in het grotere plaatje van de toenemende controle op en herstructurering van het overheidsapparaat tijdens de bezettingsjaren. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevinden.