Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 18 september 1941. De waarnemend Burgemeester van Amsterdam (ondertekend door C.J. Neiszen). De Pensioenraad te 's-Gravenhage. Afschrift.
No. 2008$^c$ P.B.
Amsterdam, 18 September 1941.
Onderwerp:
Vervroegd ouderdomspensioen.
Van Uw missive d.d. 5/12 Maart 1941, Afdeeling Algemeene Dienst, Bureau I, No. 522.11/1072, met bijbehoorenden staat, welke staat is gewijzigd bij Uwe missive van 13 Mei 1941, Afdeeling Algemeene Dienst, Bureau I, No. 522.11/1072 I en nader is gewijzigd bij Uw missive d.d. 3 September 1941, Afdeeling Algemeene Dienst, Bureau I, No. 522.11/1072 II, een en ander betrekking hebbende op het vervroegd ouderdomspensioen, heb ik met belangstelling kennis genomen.
Met bedoelden staat kan ik mij geheel vereenigen. Ik merk hierbij op, dat het in mijn voornemen ligt de hoofden der betrokken takken van dienst kennis te laten nemen van hetgeen op bedoelden staat is vermeld. Mocht die kennisneming nog tot opmerkingen aanleiding geven, dan zal ik, indien ik zulks noodig acht, mij veroorloven mij omtrent de betreffende aangelegenheid nader tot U te wenden.
Ik spreek voorts gaarne mijn voldoening uit over het feit, dat de in Uw eerstgenoemde missive bedoelde besprekingen tot resultaat hebben gehad, dat, ondanks de door U van 1 Januari 1940 af ten aanzien van het vervroegd ouderdomspensioen gevolgde gewijzigde gedragslijn als in die missive omschreven, een oplossing is gevonden voor het behoud van het uitzicht op bedoeld pensioen door een aantal functionarissen dezer Gemeente, die dat uitzicht door Uw letterlijke wetstoepassing anders zouden hebben verloren.
Ten slotte betuig ik U mijn erkentelijkheid voor de woorden van dank, aan het slot van Uw meerbedoelde missive jegens deze Gemeente en de daar bedoelde ambtenaren geuit.
JB. [onleesbaar krabbeltje]
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) C.J. Neiszen wnd.
Aan
den Pensioenraad
te 's-Gravenhage.
C.S. Stadhuis
A'dam 9-'41. Deze brief betreft een formele afhandeling van een pensioenkwestie tussen de gemeente Amsterdam en de nationale Pensioenraad. De waarnemend burgemeester reageert op een reeks eerdere brieven ("missives") waarin lijsten ("staten") van ambtenaren zijn herzien in het kader van vervroegd ouderdomspensioen.
De kern van de brief is de uitdrukking van "voldoening" dat er een oplossing is gevonden voor een groep Amsterdamse gemeenteambtenaren. Door een wijziging in de gedragslijn per 1 januari 1940 en een "letterlijke wetstoepassing" dreigden deze ambtenaren hun uitzicht op pensioen te verliezen. De burgemeester is verheugd dat er na overleg een oplossing is bereikt waardoor hun rechten behouden blijven. De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch. Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt, is de context van de bezettingstijd van belang.
De ondertekenaar, C.J. Neiszen, was op dat moment waarnemend burgemeester. De democratisch gekozen burgemeester Willem de Vlugt was eerder in 1941 door de bezetter ontslagen. Neiszen was een hoge ambtenaar die de honneurs waarnam totdat de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris (en later burgemeester) Edward Voûte het roer volledig overnam.
De brief illustreert hoe het ambtelijk apparaat onder de bezetting simpelweg bleef doorfunctioneren. Het veiligstellen van pensioenrechten voor eigen ambtenaren was een belangrijke taak voor het gemeentebestuur om de loyaliteit en stabiliteit binnen het korps te handhaven, zelfs in een tijd van grote politieke omwenteling en onderdrukking. De vermelding van een gewijzigde gedragslijn per januari 1940 (vóór de inval) suggereert dat de oorsprong van het probleem lag in Nederlandse wetgeving, maar de oplossing moest worden bekrachtigd in de nieuwe werkelijkheid van 1941.