Officieel schrijven / Ambtelijke brief.
Origineel
Officieel schrijven / Ambtelijke brief. 21 februari 1941. De Directeur van de Dienst Marktwezen. De Wethouder voor de Levensmiddelen (Alhier). Extra [handgeschreven]
M/HG.
10/4/1 M.
n 3
21 Februari 1941.
Maandelijksch overzicht
over December 1940 van ont-
vangsten en uitgaven dienst
Marktwezen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Uw Ambtgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli 1939
(No. 909/203 Fin. 1939) heb ik de eer U in bijlage dezes een
overzicht over de maand December 1940 te doen toekomen.
De ramingen op de verschillende nummers van de be-
grooting van uitgaven van den dienst van het Marktwezen voor
het dienstjaar 1940 zullen, naar ik verwacht, voldoende zijn.
Ten aanzien van volgno. 87 (markt-, standplaats- en
ventgelden) van de begrooting van ontvangsten van dezen
dienst in genoemd dienstjaar heb ik de eer U te berichten,
dat op dit volgnummer rond ƒ 16.000,- minder werd ontvangen
dan op de oorspronkelijke begrooting werd geraamd. Deze lage-
re opbrengst houdt verband met de buitengewone tijdsomstan-
digheden.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Dienst Marktwezen aan de wethouder over de financiële stand van zaken over de maand december 1940. De belangrijkste punten zijn:
1. Begroting: De directeur verwacht dat de budgetten voor de uitgaven van het jaar 1940 toereikend zullen zijn.
2. Inkomstenderving: Er is een aanzienlijk tekort bij de ontvangsten. Specifiek op post 87 (markt-, standplaats- en ventgelden) is er ongeveer 16.000 gulden minder binnengekomen dan begroot.
3. Oorzaak: Het tekort wordt direct toegeschreven aan de "buitengewone tijdsomstandigheden", een ambtelijk eufemisme voor de gevolgen van de Duitse bezetting. Het document dateert van februari 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. De "buitengewone tijdsomstandigheden" waarover gesproken wordt, verwijzen naar de ontwrichting van de handel door schaarste, de invoering van distributiestelsels en de toenemende beperkingen voor burgers.
Met name voor de markten waren de gevolgen groot: de aanvoer van goederen stagneerde en bepaalde groepen, waaronder Joodse handelaren, werden in deze periode in toenemende mate geweerd of beperkt in hun werkzaamheden. De brief is geschreven vlak voor de Februaristaking (25-26 februari 1941), een periode van grote maatschappelijke spanning. Dit document illustreert hoe de bureaucratie probeerde de normale bedrijfsvoering voort te zetten terwijl de economische realiteit van de bezetting de inkomsten van de stad onder druk zette.