Handgeschreven conceptnotitie of kladversie van een brief/verslag, voorzien van zware correcties.
Origineel
Handgeschreven conceptnotitie of kladversie van een brief/verslag, voorzien van zware correcties. 20 februari 1911 (genoteerd als 20/2 '11). (De cursieve tekst tussen vierkante haken duidt op doorgestreepte passages die nog deels leesbaar zijn)
[hebben we u]
[in genoemde ligging dat]
[[onleesbaar] dat zijn we [onleesbaar]]
[met de buitengewone]
[omstandigheden [onleesbaar]]
[op dit volgnummer]
[[onleesbaar]]
[[onleesbaar]] rond f 16.000 -
[mijner werd ontvangen]
waarvoor onze oorspronkelijke
begrooting werd gemaakt.
Deze lage opbrengst houdt
verband met de buitengewone
tijdsomstandigheden.
[Paraaf rechtsonder: H.S.]
[Paraaf/datum linksonder: 20/2 '11] Het document is een uitgesproken voorbeeld van een zakelijk concept waarbij de auteur worstelt met de juiste formulering. De tekst is bedoeld om een financiële tegenvaller te rechtvaardigen. De uiteindelijke opbrengst van circa 16.000 gulden bleek lager dan de "oorspronkelijke begrooting".
Opvallend is het gebruik van de term "buitengewone tijdsomstandigheden" in de definitieve tekst, een eufemisme dat ook in de doorgestreepte regels al werd uitgeprobeerd. Dit wijst erop dat de schrijver een externe oorzaak wilde aanwijzen voor de lage opbrengst, om zo de verantwoordelijkheid voor de te hoge eerdere schatting (de begroting) af te wenden. In februari 1911 was er in Nederland en internationaal sprake van een onrustig economisch en politiek klimaat (onder andere door de Tweede Marokkocrisis en interne politieke spanningen over de Tariefwet). In de financiële sector werd de term "tijdsomstandigheden" destijds veelvuldig gebruikt in jaarverslagen en correspondentie om tegenvallende resultaten in de handel, op de beurs of bij vastgoedveilingen te verklaren aan cliënten of aandeelhouders. Een bedrag van 16.000 gulden vertegenwoordigde in 1911 een aanzienlijke waarde (vergelijkbaar met de koopkracht van circa 200.000 euro in hedendaags geld), wat het belang van een zorgvuldig geformuleerde verantwoording onderstreept.
Samenvatting
Het document is een uitgesproken voorbeeld van een zakelijk concept waarbij de auteur worstelt met de juiste formulering. De tekst is bedoeld om een financiële tegenvaller te rechtvaardigen. De uiteindelijke opbrengst van circa 16.000 gulden bleek lager dan de "oorspronkelijke begrooting".
Opvallend is het gebruik van de term "buitengewone tijdsomstandigheden" in de definitieve tekst, een eufemisme dat ook in de doorgestreepte regels al werd uitgeprobeerd. Dit wijst erop dat de schrijver een externe oorzaak wilde aanwijzen voor de lage opbrengst, om zo de verantwoordelijkheid voor de te hoge eerdere schatting (de begroting) af te wenden.
Historische Context
In februari 1911 was er in Nederland en internationaal sprake van een onrustig economisch en politiek klimaat (onder andere door de Tweede Marokkocrisis en interne politieke spanningen over de Tariefwet). In de financiële sector werd de term "tijdsomstandigheden" destijds veelvuldig gebruikt in jaarverslagen en correspondentie om tegenvallende resultaten in de handel, op de beurs of bij vastgoedveilingen te verklaren aan cliënten of aandeelhouders. Een bedrag van 16.000 gulden vertegenwoordigde in 1911 een aanzienlijke waarde (vergelijkbaar met de koopkracht van circa 200.000 euro in hedendaags geld), wat het belang van een zorgvuldig geformuleerde verantwoording onderstreept.