Administratief bijblad / dossierkaart (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad / dossierkaart (Algemene Zaken Model No. 14). Maart en april 1941. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 17/2/4 1941
DOORGEZONDEN: 31/3 -’41.
[Rechtsboven handgeschreven:]
405
[Midden handgeschreven:]
E. Fransman
pl 159 Dapperstraat
Per 14-3-’41 afgewezen
wegens langer dan 4 mnd d.s.
Op stamkaart genoteerd voor
vrijstelling wegens tuchthuis.
m.i. opbergen.
[Onderhandse notities en parafen:]
acc [Paraaf/Smit?] 1/4 ’41
2-4-’41
de Kan [onderstreept]
opbr 3/4 ’41 [met paraaf]
[Voetnoot gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Persoon: Het document betreft E. Fransman, woonachtig aan de Dapperstraat 159 te Amsterdam. De Dapperstraat lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie.
* Status: Er is sprake van een afwijzing op 14 maart 1941. De reden hiervoor is "langer dan 4 mnd d.s." (waarschijnlijk 'dienststaat' of 'dienst', refererend aan een militaire of werkgerelateerde periode).
* Vrijstelling: De meest opvallende notitie betreft een vrijstelling wegens tuchthuis. In de bureaucreatie van die tijd (waarschijnlijk betreffende de dienstplicht of arbeidsinzet) kon een strafrechtelijk verleden in een tuchthuis leiden tot een officiële vrijstelling of uitsluiting.
* Afhandeling: De ambtenaar adviseert het stuk op te bergen ("m.i. opbergen"). Diverse parafen tonen de ambtelijke weg: akkoord bevonden op 1 april, verwerkt op 2 april en uiteindelijk opgeborgen ("opbr") op 3 april 1941. Dit document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland (voorjaar 1941). In deze periode werden bevolkingsregisters en 'stamkaarten' (de voorloper van de persoonskaart) nauwgezet bijgehouden en gecontroleerd. De bureaucratie speelde een cruciale rol in het categoriseren van burgers voor diverse doeleinden, zoals militaire dienst, arbeidsinzet of, in het geval van de Joodse bevolking, toenemende restricties. De vermelding van "tuchthuis" duidt op een registratie van het strafrechtelijk verleden van de betrokkene binnen dit administratieve systeem. De afkorting "d.s." in combinatie met vrijstellingen wijst vaak op zaken rondom de Dienstplicht of de opbouw van een Dienststaat. E. Fransman M. No
Samenvatting
- Persoon: Het document betreft E. Fransman, woonachtig aan de Dapperstraat 159 te Amsterdam. De Dapperstraat lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie.
- Status: Er is sprake van een afwijzing op 14 maart 1941. De reden hiervoor is "langer dan 4 mnd d.s." (waarschijnlijk 'dienststaat' of 'dienst', refererend aan een militaire of werkgerelateerde periode).
- Vrijstelling: De meest opvallende notitie betreft een vrijstelling wegens tuchthuis. In de bureaucreatie van die tijd (waarschijnlijk betreffende de dienstplicht of arbeidsinzet) kon een strafrechtelijk verleden in een tuchthuis leiden tot een officiële vrijstelling of uitsluiting.
- Afhandeling: De ambtenaar adviseert het stuk op te bergen ("m.i. opbergen"). Diverse parafen tonen de ambtelijke weg: akkoord bevonden op 1 april, verwerkt op 2 april en uiteindelijk opgeborgen ("opbr") op 3 april 1941.
Historische Context
Dit document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland (voorjaar 1941). In deze periode werden bevolkingsregisters en 'stamkaarten' (de voorloper van de persoonskaart) nauwgezet bijgehouden en gecontroleerd. De bureaucratie speelde een cruciale rol in het categoriseren van burgers voor diverse doeleinden, zoals militaire dienst, arbeidsinzet of, in het geval van de Joodse bevolking, toenemende restricties. De vermelding van "tuchthuis" duidt op een registratie van het strafrechtelijk verleden van de betrokkene binnen dit administratieve systeem. De afkorting "d.s." in combinatie met vrijstellingen wijst vaak op zaken rondom de Dienstplicht of de opbouw van een Dienststaat.