Ambtelijke brief / kopie van uitgaande correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief / kopie van uitgaande correspondentie. 29 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of Publieke Werken, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Linksboven:]
D/HG.
[Midden boven, handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 29/5
[Linksboven onder kenmerk:]
18/4/15 M.
n 4
[Rechtsboven:]
In de lade [?]
29 Mei 1941.
[Links, onderwerp:]
Standplaatsen in de
omgeving van de Cam-
perstraat.
[Rechts, adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Tekst:]
Onder terugzending van de met Uw apostille d.d. 17
dezer om spoedig bericht ontvangen stukken no.1007 L.M.1940
heb ik de eer U te berichten, dat in verband met de uit te
voeren werken in de Ruyschstraat, op het verhoogde middenge-
deelte van deze straat geen standplaatsen kunnen worden ver-
leend (vide den zich onder de stukken bevindenden brief van
mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken d.d. 22 April jl.
Doss.215 Bs.). Als gevolg hiervan zal de standplaatsvergun-
ning van de hieronder genoemde persoon moeten worden inge-
trokken respectievelijk zullen de nieuw uit te reiken ver-
gunningen bedoeld in mijn brief van 27 Februari 1941 No.
18/4/7 M. moeten vervallen.
Bestaande standplaatsvergunning:
I. Swart op bijlage III bij mijn brief van 27 Febru-
ari jl. No.18/4/7 M. aangegeven met E rood.
Nieuw uit te reiken vergunningen:
I. Cohen als boven 10 groen
Z. Delden idem 14 groen
I. Loonstijn idem 17 groen
Ten einde te trachten om alsnog een oplossing voor de
betreffende kooplieden te vinden heb ik terzake opnieuw een
onderzoek doen instellen; het resultaat hiervan is opgenomen
in het, in bijlage dezes overgelegde, rapport van den contrö-
leur Lak d.d. 19 Mei jl. met de strekking waarvan ik mij kan
vereenigen.
Ik adviseer U mitsdien, aan bovengenoemde 4 kooplieden
standplaatsvergunningen te doen uitreiken voor de plaatsen,
omschreven in vorenvermeld rapport van den contröleur, waar-
bij ik U in overweging geef, tevoren het advies in te winnen
van den Hoofdcommissaris van Politie.
De Directeur, * Administratief proces: De brief is een reactie op een verzoek ("apostille") van de wethouder. Er is een conflict tussen geplande wegwerkzaamheden in de Ruyschstraat en de toewijzing van marktstandplaatsen.
* Besluitvorming: De directeur stelt voor om één bestaande vergunning in te trekken en drie geplande nieuwe vergunningen te laten vervallen, maar hij draagt direct een alternatieve oplossing aan op basis van een inspectierapport van "contröleur Lak".
* Personen: De genoemde kooplieden zijn I. Swart, I. Cohen, Z. Delden en I. Loonstijn. De namen Cohen, Delden en Loonstijn wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkenen.
* Locatie: De Ruyschstraat en Camperstraat liggen in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1941 een grote Joodse populatie kende. Dit document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de anti-Joodse maatregelen is hier cruciaal. Hoewel de brief formeel-ambtelijk van toon is en de reden voor het intrekken van de vergunningen technisch van aard lijkt (werkzaamheden aan de weg), vond dit plaats in een periode waarin de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse Amsterdammers steeds verder werden ingeperkt.
Kort na de datum van deze brief, in de zomer van 1941, werden Joden stelselmatig geweerd van openbare markten en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat). Het feit dat de directeur hier nog poogt een "oplossing voor de betreffende kooplieden te vinden" is interessant; het suggereert een ambtelijke poging om de continuïteit van de marktvoering te waarborgen vlak voordat de totale uitsluiting door de bezetter werd geformaliseerd. De betrokkenheid van de Hoofdcommissaris van Politie bij standplaatsvergunningen was in deze periode eveneens standaard, maar kreeg door de bezetting een scherpere controle-functie. De genoemde kooplieden zijn I. Swart I. Cohen Z. Delden en I. Loonstijn. De namen Cohen Delden en Loonstijn wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkenen.