Ambtsbericht/Brief betreffende standplaatsvergunningen.
Origineel
Ambtsbericht/Brief betreffende standplaatsvergunningen. 27 februari 1941. Waarschijnlijk een ambtenaar van de afdeling Markten of Publieke Werken (ondertekend door W. de Boer). (Handgeschreven, rechtsboven:) W. de Boer
(Handgeschreven, middenboven:) Verzonden 27/2
D/HG.
18/4/7 M.
27 Februari 1941.
Verleenen van standplaats-
vergunningen in de omgeving
van de Camperstraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ingevolge de opdracht, vervat in Uw brief van 28 November 1940 No.1007 L.M.1940 heb ik in overleg met den Hoofdcommssaris van Politie de verleening der standplaatsvergunningen in de omgeving van de Camperstraat voorbereid.
Ik geef U beleefd in overweging, met ingang van den datum van het Besluit, waarbij Burgemeester en Wethouders een ventverbod voor de Camperstraat en omgeving zullen uitvaardigen, standplaatsvergunningen te doen verleenen aan de in bijlage dezes vermelde aanvragers (bijlage I), die de laatste maanden regelmatig in de Camperstraat en omgeving plegen te venten. Bijgaande schets (bijlage III) geeft voorts overzichtelijk aan, op welke punten in de onderhavige buurt standplaatsen zullen worden uitgegeven en welke standplaatsvergunningen daar reeds waren uitgegeven (deze laatste zijn bovendien in bijlage II nog hoofdelijk opgenomen).
De Hoofdcommissaris heeft ten aanzien van de uit te geven standplaatsen in de Ruyschstraat en bij den tunnel voor den Beukenweg (no.'s 4, 10, 12, 14 en 17 van de lijst van aanvragers) verzocht, deze vergunningen in verband met een te verwachten wijziging in de verkeerssituatie ter plaatse, voorloopig voor niet langer dan één jaar te verleenen. In deze vergunningen zou dan tevens de voorwaarde kunnen worden opgenomen, dat betrokkenen tijdig voor den vervaldatum, verlenging der vergunning dienen aan te vragen.
Overigens heeft de Hoofdcommissaris zich met de onderhavige indeeling vereenigd.
De venters H.Boeken, serie 3 no.19 en L.A.Rousson, serie 20 no.10 zijn momenteel in steun; voor hen is een plaats in de Ruyschstraat gereserveerd; zoodra zij uit den steun gaan, kunnen zij hiervoor een standplaatsvergunning aanvragen.
De venters J.Rodrigues, serie 21 no.134 en H.Peperwortel serie B.Z.no.73, die wel ter plaatse clandestien standplaats innamen, hebben afstand gedaan van een standplaats. Dit document betreft de regulering van straathandel in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. Vanwege een nieuw "ventverbod" in de Camperstraat worden de ambulante handelaren (venters) verplicht om een vaste standplaats in te nemen. De brief bespreekt de praktische uitwerking hiervan:
* Verkeersveiligheid: De Hoofdcommissaris van Politie adviseert tijdelijke vergunningen (één jaar) voor risicovolle locaties zoals bij de tunnel naar de Beukenweg.
* Sociale aspecten: Twee venters (Boeken en Rousson) zitten "in de steun" (een uitkering) en kunnen hun plek pas officieel innemen als ze weer zelfvoorzienend zijn.
* Clandestiniteit: Twee andere handelaren (Rodrigues en Peperwortel) gaven hun illegale handel op toen deze gereguleerd werd. De datum van dit document is cruciaal: 27 februari 1941. Dit is exact één dag na het einde van de Februaristaking, het massale protest in Amsterdam tegen de Jodenvervolging.
Hoewel dit een droog, ambtelijk document lijkt over markthandel, is de context van de Duitse bezetting aanwezig. De namen van de genoemde venters — Boeken, Rodrigues en Peperwortel — zijn typisch Amsterdams-Joodse achternamen. In deze periode begon de bezetter met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het economische leven. Het reguleren en registreren van standplaatsen was een methode om grip te krijgen op de Joodse straathandel, die in deze buurt zeer levendig was. De ambtelijke molen draaide, zoals dit document toont, onverstoorbaar door, zelfs midden in de meest turbulente dagen van het bezette Amsterdam. W. de Boer Politie Publieke Werken