Ambtelijke brief/nota.
Origineel
Ambtelijke brief/nota. 2 juli 1938. VD/HG.
[handgeschreven:] extra
20/9/7 M.
2 Juli 1938.
Klacht Geneesheer-Directeur
O.L.V.Gasthuis over venters
in Camperstraat en omgeving.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 8 Juni
jl. om advies ontvangen stukken no.413 L.M.1938 heb ik de eer
U, onder verwijzing naar mijn brief d.d.27 Mei jl.no.20/9/4
M., nog het volgende te berichten.
De door den directeur van het Onze Lieve Vrouwe Gast-
huis bedoelde hinder wordt niet in hoofdzaak veroorzaakt door
de venters, die tijdens de bezoekuren bij den ingang van het
ziekenhuis en in de Camperstraat clandestien een standplaats
plegen in te nemen, doch door de gewone venters, die den ge-
heelen dag in de omgeving van het ziekenhuis met ijs, fruit
etc. venten. De eerstgenoemde groep van personen prijst de
waren in den regel op rustige wijze aan; contrôle hierop zou
op zichzelf niet zoo bezwaarlijk zijn, omdat het bezoek aan
het ziekenhuis slechts gedurende een vrij gering aantal uren
per week plaats vindt. Het onderhavige euvel wordt echter
zooals ik reeds vermeldde, voornamelijk veroorzaakt door een
groep normale straatventers. Contrôle op deze groep van ven-
ters brengt wel bezwaren mede, daar men dan den geheelen dag
een contrôleur in de onderhavige straten zou moeten laten op-
treden. Vandaar dat ik mij met een ventverbod voor de betref-
fende straten kon vereenigen, waarbij natuurlijk kwam, dat
daardoor de mogelijkheid werd geschapen om aan het clande-
stien innemen van standplaatsen nabij het ziekenhuis een einde
te maken. De kern van deze brief is een beleidsadvies betreffende overlast door straathandel rondom het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam. De auteur (waarschijnlijk een politiefunctionaris of afdelingshoofd van de gemeente) analyseert de klacht van de ziekenhuisdirecteur en maakt een belangrijk onderscheid tussen twee soorten venters:
- Bezoekuur-venters: Zij die specifiek tijdens de bezoekuren "clandestien" (zonder vergunning) een plek innemen. Volgens de schrijver veroorzaken zij relatief weinig overlast omdat zij hun waar rustig aanprijzen en slechts beperkt aanwezig zijn.
- Reguliere straatventers: Zij die de hele dag door met ijs en fruit venten. Volgens de brief is dit de eigenlijke bron van de overlast.
De schrijver concludeert dat gerichte controle op de reguliere venters te kostbaar is in termen van mankracht (er zou de hele dag een controleur aanwezig moeten zijn). Daarom wordt geadviseerd om een algeheel ventverbod in te stellen voor de betreffende straten. Dit verbod dient twee doelen: het stopt de dagelijkse overlast én biedt een juridische basis om de "clandestiene" handel tijdens bezoekuren direct aan te pakken. * Locatie: De Camperstraat in Amsterdam-Oost, waar het OLVG nog steeds gevestigd is.
* Tijdsgeest: In 1938, tijdens de late jaren van de crisis van de jaren '30, was straathandel een cruciale bron van inkomsten voor velen die elders geen werk konden vinden. Dit leidde vaak tot spanningen tussen de vrije handel op straat en de behoefte aan openbare orde en rust, zeker nabij een instelling als een ziekenhuis.
* Bestuur: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In deze periode viel de regulering van markten en straathandel in Amsterdam onder dit specifieke wethouderschap, aangezien veel venters etenswaren verkochten.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare ambtelijke spelling (bijv. "den", "zoo", "contrôle"), wat de formaliteit van de correspondentie onderstreept. O.L.V. Gasthuis