Getypt verslag / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Getypt verslag / Ambtelijke correspondentie. 28 februari [jaar onduidelijk, mogelijk 1919 of 1929 gezien de spelling]. Onbekend (waarschijnlijk een marktinspecteur of hoofdinstituut). 5 28 Februari 9
20/5/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
was verleend, bedankt.
VII. Geval L.Vos:
Inderdaad maakt de echtgenoote van L.Vos regel-
matig gebruik van de vaste plaatsen op de markten Mosplein,
Lindengracht en Westerstraat. Dit is in overeenstemming met
het hierboven (by geval IV) genoemde artikel 18 van het
Reglement op de Markten.
VIII. Geval W.van Eyken:
W.van Eyken heeft geen plaats op een der markten.
Wel zyn echtgenoote C.van Eyken-Vriens, die vaste plaatsen
bezet op de markten Lindengracht en Jan Evertsenstraat. Haar
dochter assisteert haar niet op een der marktplaatsen. Is de
plaatshoudster verhinderd om op de markt Jan Evertsenstraat
te komen, dan komt het voor, dat de dochter daar, geheel
zelfstandig, een losse plaats bezet.
Hier is derhalve geen enkele onregelmatigheid ge-
bleken.
IX. Geval H.L.Smis:
H.L.Smis bezet geen vaste plaats op de markt Lin-
dengracht. Vroeger werd op die markt een dergelyke plaats
bezet door M.H. (niet: F.H.) Smis, die onvolwaardig is en
voor de plaats bedankte. Sedertdien komt het voor, dat M.H.
Smis een losse plaats op de markt bezet, waarby hy dan soms
door zyn broer H.L.Smis wordt geassisteerd; laatstgenoemde
neemt de losse plaats ook wel eens op zyn eigen naam en laat
zich dan door M.H.Smis assisteeren.
Een en ander is in overeenstemming met de voor-
schriften.
X. Geval Ph.Druif:
Deze koopman heeft vaste plaatsen op de markten
Waterlooplein en Dapperstraat. De plaatsen worden door zyn
echtgenoote ingenomen (artikel 18 van het Reglement op de Het document is een ambtelijk onderzoeksrapport betreffende de naleving van marktreglementen in Amsterdam. Er worden vier specifieke gevallen (genummerd VII t/m X) behandeld:
- L. Vos: Bevestiging dat de echtgenote gebruikmaakt van de standplaatsen, wat conform Artikel 18 van het reglement is.
- W. van Eyken: Verduidelijking dat de echtgenote de vergunninghoudster is. Het feit dat de dochter incidenteel een eigen 'losse plaats' inneemt wanneer de moeder verhinderd is, wordt als reglementair beschouwd.
- H.L. Smis: Een situatie waarbij een broer (M.H. Smis) assisteert of zelf losse plaatsen inneemt. De term "onvolwaardig" duidt hier waarschijnlijk op een fysieke of mentale beperking waardoor hij de oorspronkelijke vaste plaats had opgegeven. Ook hier wordt geconcludeerd dat er geen overtreding is.
- Ph. Druif: Wederom een bevestiging van het recht van de echtgenote om de standplaatsen op Waterlooplein en Dapperstraat in te nemen.
De teneur van het rapport is defensief: het lijkt erop dat er klachten of vermoedens van onregelmatigheden waren, die na onderzoek ongegrond zijn gebleken. Dit document stamt uit de vroege 20e eeuw (gezien de spelling van 'echtgenoote' en 'zyn' en het gebruik van de letter 'y' voor 'ij'). In deze periode waren Amsterdamse markten streng gereguleerd. Artikel 18 van het Markreglement stond blijkbaar toe dat gezinsleden (voornamelijk echtgenotes) de standplaats van de officiële vergunninghouder innamen.
De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" suggereert een tijdperk waarin de centrale overheid nauwlettend toezag op de distributie van goederen en voedsel via markten, wat vaak gepaard ging met schaarste of strenge distributieregels (zoals tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog). De genoemde locaties (Mosplein, Lindengracht, Westerstraat, Jan Evertsenstraat, Waterlooplein en Dapperstraat) zijn nog steeds bekende marktlocaties in Amsterdam, wat de continuïteit van de Amsterdamse markttraditie benadrukt. H.L. Smis L. Vos M.H.