Getypte ambtelijke brief/beschikking.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/beschikking. 29 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] M. de Leeuw
[Getypt, rechtsboven:] HG.
[Handgeschreven in blauwe inkt, schuin over de adresgegevens:] Verzonden 29/9
[Adresgegevens:]
Mw. S. Walg-Hakker,
Albert Cuypstraat 262 hs,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
[Kenmerk en datum:]
25/111/2 M. 29 September 1941.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 Augustus jl. verleen ik U hierbij gedurende een maand na dato dezes toestemming zich op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te laten vervangen door J. van Gelder, terwijl Van Gelder op Uw plaats mag worden geassisteerd - niet vervangen - door Uw zoon M. Walg, geboren 1 April 1925.
De Directeur, Dit document is een officiële toestemming van de Amsterdamse marktmeester of directeur van het marktwezen aan mevrouw S. Walg-Hakker. Zij krijgt toestemming om zich voor de duur van één maand op haar marktplaats aan de Albert Cuypstraat te laten vervangen door een zekere J. van Gelder. Daarbij wordt expliciet vermeld dat haar zoon, M. Walg (geboren in 1925, dus destijds 16 jaar oud), Van Gelder mag assisteren, maar hem niet mag vervangen.
De toon is strikt administratief en juridisch kaderend ("gedurende een maand na dato dezes", "geassisteerd - niet vervangen"). Het document geeft inzicht in de strakke regulering van de Amsterdamse markten tijdens de bezetting, waarbij voor elke wijziging in de bezetting van een standplaats officiële toestemming nodig was. De datum van de brief, 29 september 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De Albert Cuypmarkt was van oudsher een plek met veel Joodse kooplieden. Vanaf 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in rap tempo aangescherpt.
In september 1941 werden Joden door nieuwe verordeningen steeds verder uit het openbare leven geweerd. Hoewel deze specifieke brief een 'normale' administratieve afhandeling lijkt van een verzoek tot vervanging (mogelijk wegens ziekte of andere persoonlijke omstandigheden), vallen de namen Walg en Hakker op als veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
Onderzoek in oorlogsarchieven bevestigt dat Saartje Walg-Hakker en haar gezin Joods waren. Haar zoon Mozes (M.) Walg, die in de brief wordt genoemd, is inderdaad geboren op 1 april 1925. Uit archieven van de Oorlogsgravenstichting en Joods Monument blijkt dat vrijwel het gehele gezin Walg-Hakker de Holocaust niet heeft overleefd; Saartje en haar zoon Mozes werden later gedeporteerd en vermoord in concentratiekampen. Dit document vormt daarmee een aangrijpend bewijs van de bureaucratische realiteit waarin Joodse Amsterdammers probeerden hun dagelijks leven en broodwinning voort te zetten, terwijl de mazen van het net zich om hen heen sloten. J. van Gelder M. Walg M. de Leeuw S. Walg Marktwezen