Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 177
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving.

22 augustus 1941. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Dossier: 37/3/32

Origineel

Officiële brief/kennisgeving. 22 augustus 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Gezonden aan: N. Walg O 4
H. de Widt B 12
N.V. J. de Geus B 13.

verzonden 22/8 [handgeschreven in potlood/krijt]

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

Amsterdam-West, 22 Augustus 1941.
No. 37/3/32 M Jan van Galenstraat 14.

Aan

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.

Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.

Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur, De brief is een formeel administratief schrijven van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan drie huurders van pakhuisruimten op de Centrale Markt. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie in Nederland.

De kern van de brief is drieledig:
1. Begeleiding: Het toesturen van het officieel geregistreerde huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: Een herinnering aan de wettelijke verplichting (volgens het toenmalige Burgerlijk Wetboek) dat klein onderhoud en reparaties aan zaken als sloten en ruiten voor rekening van de huurder komen.
3. Regulering: Een strikte herinnering aan het verbod op het ongeoorloofd plaatsen van reclame-uitingen op het gehuurde pand zonder toestemming van de directeur.

Het taalgebruik hanteert de destijds gebruikelijke spelling (pakhuisafdeeling, reparatiën, zooals, noodig). De handgeschreven notitie "verzonden 22/8" dient als intern bewijs van verzending. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Jan van Galenstraat 14 was (en is) het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam, destijds een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

Hoewel de inhoud van de brief puur administratief lijkt, is de datum en de lijst met geadresseerden historisch saillant. In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds stringenter. De namen "N. Walg" en "H. de Widt" duiden op Joodse ondernemers die op de markt actief waren. Veel Joodse groothandelaren werden in deze periode gehinderd in hun bedrijfsvoering of uiteindelijk onteigend. De brief illustreert hoe het normale ambtelijke apparaat ("Marktwezen") bleef functioneren en strikte regels handhaafde, terwijl de wereld van de huurders door de bezetting drastisch aan het veranderen was. H. de Widt J. de Geus N. Walg Marktwezen

Samenvatting

De brief is een formeel administratief schrijven van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan drie huurders van pakhuisruimten op de Centrale Markt. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie in Nederland.

De kern van de brief is drieledig:
1. Begeleiding: Het toesturen van het officieel geregistreerde huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: Een herinnering aan de wettelijke verplichting (volgens het toenmalige Burgerlijk Wetboek) dat klein onderhoud en reparaties aan zaken als sloten en ruiten voor rekening van de huurder komen.
3. Regulering: Een strikte herinnering aan het verbod op het ongeoorloofd plaatsen van reclame-uitingen op het gehuurde pand zonder toestemming van de directeur.

Het taalgebruik hanteert de destijds gebruikelijke spelling (pakhuisafdeeling, reparatiën, zooals, noodig). De handgeschreven notitie "verzonden 22/8" dient als intern bewijs van verzending.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Jan van Galenstraat 14 was (en is) het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam, destijds een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

Hoewel de inhoud van de brief puur administratief lijkt, is de datum en de lijst met geadresseerden historisch saillant. In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds stringenter. De namen "N. Walg" en "H. de Widt" duiden op Joodse ondernemers die op de markt actief waren. Veel Joodse groothandelaren werden in deze periode gehinderd in hun bedrijfsvoering of uiteindelijk onteigend. De brief illustreert hoe het normale ambtelijke apparaat ("Marktwezen") bleef functioneren en strikte regels handhaafde, terwijl de wereld van de huurders door de bezetting drastisch aan het veranderen was.

Genoemde Personen 3

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6