Archiefdocument
Origineel
Bladzijde No.8 van brief No.37/15/8 M. d.d. 1 April 1941 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.
II. Koelhuis.
Slechts zelden wordt het koelhuis door derden betre-
den; dit geschiedt alleen bij het inbrengen van groote partijen
goederen of bij het sorteeren. De markthandel doet door zijn
personeel of door derden goederen brengen naar of halen van het
koelhuis. In- en uitslag der partijen geschiedt overigens door
het vaste koelhuispersoneel. Het contact tusschen Joden en niet-
Joden is hier dan ook veel geringer dan elders op de markt. Ik
acht vooralsnog het nemen van maatregelen niet noodig. Ook op
het abattoir is het niet mogelijk ten aanzien van het brengen van
goederen naar het koelhuis het contact tusschen het Joodsche en
niet-Joodsche element te voorkomen.
III. Toiletten.
In de hal bevinden zich vier groepen van toiletten,
waarvan één groep speciaal is aangewezen voor vrouwen. Verder
bevindt zich in pakhuis E een collectieve groep van toiletten,
welke uitsluitend zijn bestemd voor de huurders van dit pakhuis.
Het maken van een scheiding zou hier overlast ver-
oorzaken, zoowel voor de niet-Joden als voor de Joden. Een schei-
ding zou in dit geval trouwens illusoir zijn, indien men elders
op de markt het contact tusschen beide groepen zou toelaten.
IV. Verrichten van diensten.
Expeditie. Het vervoer der producten naar en de af-
voer van de Centrale Markt bevindt zich in hoofdzaak in handen
van niet-Joden. Zoolang het in het algemeene goederenverkeer niet
verboden is, dat niet-Joden goederen vervoeren voor Joden en om-
gekeerd, moet een zoodanige regeling naar mijn meening niet inci-
denteel voor de Centrale Markt worden getroffen.
V. Personeel.
Het komt op de Centrale Markt voor, dat Joodsch per-
soneel in dienst is bij niet-Joodsche handelaren en omgekeerd,
dat niet-Joodsch personeel werkt bij Joodsche patroons.
Voor zoover hiervoor algemeene maatregelen door de
Overheid worden getroffen, zouden deze uiteraard ook van toepas-
sing zijn op de op de Centrale Markt bestaande verhoudingen. Ook
hier moeten dus naar mijn meening geen plaatselijke maatregelen
worden getroffen.
De Directeur,
--- Dit document is een rapportage van de Directeur van het Marktwezen aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van het schrijven is de beoordeling of er op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) maatregelen genomen moeten worden om het contact tussen Joden en niet-Joden te beperken of te voorkomen.
De directeur hanteert een opvallend pragmatische en afhoudende toon. Bij elk punt (koelhuis, toiletten, expeditie en personeel) voert hij argumenten aan om geen specifieke lokale maatregelen te treffen:
* Koelhuis: Het contact is al minimaal door de inzet van vast personeel.
* Toiletten: Segregatie zou praktisch onuitvoerbaar ("illusoir") zijn als men elders op de markt wel contact toestaat.
* Expeditie & Personeel: Hij stelt dat de Centrale Markt niet vooruit moet lopen op landelijke regelgeving. Zolang de overheid geen algemeen verbod oplegt voor gemengde arbeidsverhoudingen of transportdiensten, ziet hij geen reden om dit incidenteel voor de markt in te voeren.
Zijn advies lijkt ingegeven door de wens om de operationele efficiëntie van de markt niet te verstoren met complexe en lastig te handhaven regels.
--- Het document dateert van 1 april 1941, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland. In de maanden hiervoor was de isolatie van de Joodse bevolking versneld: in november 1940 werden Joodse ambtenaren ontslagen en in februari 1941 vond de eerste grote razzia in Amsterdam plaats, gevolgd door de Februaristaking.
De overheid en het Amsterdamse gemeentebestuur stonden in deze periode onder zware druk van de bezetter om antisemitische maatregelen door te voeren. Dit document laat zien hoe de bureaucratie hiermee omging. De directeur van de markt weigert hier om de rol van 'ijverige uitvoerder' op zich te nemen; hij schuift de verantwoordelijkheid terug naar de centrale overheid door te stellen dat lokale maatregelen zinloos zijn zonder algemene verordeningen. Hoewel hij termen als "het Joodsche element" gebruikt — wat paste in de formele taal van de bezettingstijd — getuigt zijn advies van een zekere ambtelijke weerstand tegen het onnodig compliceren van de bedrijfsvoering door segregatie. V. Personeel Marktwezen