Dienstbrief (doorslag/archiefexemplaar).
Origineel
Dienstbrief (doorslag/archiefexemplaar). 23 januari 1942. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. De heer M. Matthaei, Centrale Markt H 21, Amsterdam-West. [Handgeschreven, bovenaan:]
Verzonden 23/1-'42.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
23 Januari 1942.
No. 37/107/6 M.'41
Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat 14.
Aan den Heer M. Matthaei,
Centrale Markt H 21,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, In deze brief bevestigt de Directie van het Marktwezen de toezending van een huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam aan de heer M. Matthaei. De brief heeft een formeel-juridisch karakter en dient primair om de huurder te wijzen op twee specifieke verplichtingen:
1. Onderhoud: Kleine herstellingen (zoals sloten en ruiten) komen volgens het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de huurder.
2. Reclame: Het is de huurder verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming borden of advertenties op het pand aan te brengen.
De brief hanteert de voor die tijd gebruikelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U", "U gelieve"). Het document dateert uit januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam-West (aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Ondanks de oorlogstijd ging het reguliere civiele bestuur en de administratie van gemeentelijke diensten, zoals het Marktwezen, gewoon door.
De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek betreft de wettelijke verdeling tussen groot onderhoud (verhuurder) en kleine herstellingen (huurder), een principe dat ook in het huidige huurrecht nog grotendeels standhoudt. De strikte regels omtrent reclame-uitingen waren waarschijnlijk bedoeld om de eenheid en het overzicht op het marktterrein te bewaren. De geadresseerde, M. Matthaei, was vermoedelijk een groothandelaar die vanuit de Centrale Markt opereerde. M. Matthaei Marktwezen