Officieel rapport / Proces-verbaal van bevindingen.
Origineel
Officieel rapport / Proces-verbaal van bevindingen. 7 oktober 1941. Rapport.
Op Dinsdag 7 October 1941, des namiddags te ongeveer 5.15 uur was ik belast met de controle aan het midden ingangshek der Centr. Markt. Op dat tydstip gaan er veel menschen het terrein van de Centr. Markt op en af. Opeens werd er vanaf het terrein door een persoon geroepen grypt hem, en werd een persoon, die my inmiddels per fiets gepasseerd was, aangewezen. De persoon, die hem achtervolgde, was een knecht van grossier H. van Dyk, die my mededeelde, dat er eenige personen van het fruit dat zy uit de wagen bezig waren te lossen, uit een kist ongeveer 20 K.G. peren gestolen waren. Ik ging de ontvluchte na en hield hem in de Jan van Galenstraat staande, nadat hy geprobeerd had te ontkomen. Inmiddels had hy een zakje waar hy later onderzoek peren en wortelen inzaten, weggegooid. Deze persoon werd door my binnen het hek der C.M. gebracht om nader verhoord te worden. Ten jongen, genaamd Meinema deelde my toen mede, dat een tweede persoon, die inmiddels het terrein der C.M. had verlaten, een zak die hy by zich had van het daar in aanwezigen fruit ontdaan had en het op een auto toebehoorende aan de expediteur Jac. Prins gegooid had.
Deze persoon werd door my in de Jan van Galenstraat aangehouden en is door my voor onderzoek medegenomen. De eerste persoon heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en is ontvlucht over het achterterrein der C.M. Ik heb hem nagezeten per fiets, doch daar hy een te groote voorsprong had, is hy my ontkomen. Daar beide personen in dienst waren by de firma Zwartouw, die voor de Weermacht werk op het terrein der C.M. werk verricht, ben ik van de ontsnapte persoon zyn naam te weten gekomen en is deze Woensdagochtend door my staande gehouden. Hy gaf op genaamd te zyn Stephanus Adrianus Bakker, geb. 28 October 1899 te Den Helder van beroep haven-arbeider en wonende Mercatorstraat 42 huis te Amsterdam-West. Op myn vraag, waarom hy nadat ik hem meerdere malen gesommeerd had even op my te wachten ontsnapt was, deelde hy my mede, bang te zyn geweest dat zyn patroon van het voorgevallene in kennis gesteld zou worden en dat hy bang was voor ontslag. Hy verklaarde de peren en wortelen die hy in de zak had, welke door hem was weggegooid, op het terrein der C.M. gevonden te hebben, doch ontkende deze artikelen gestolen te hebben, doch daar er een kist peren van Van Dyk zoowat geheel leeg was en de peren die ik in voornoemde zak aantrof, dezelfde soort waren, als welke ik nog in voornoemde kist aantrof, was voor my het overtuigend bewys geleverd, dat hy de peren uit de kist ontvreemd had. Bakker is op staande voet door zyn patroon ontslagen. De tweede persoon genaamd Jan Tavenier, geboren 7 April 1910, te Amsterdam, los-werkman en wonende Kromme Palmstraat 14 huis te Amsterdam, verklaarde het navolgende: Mynheer, U heeft my staande gehouden, doch waarvoor begryp ik niet, Ik heb zooals U ziet niets in myn zak en U begrypt toch wel, dat ik voor een paar K.G. peren myn betrekking er niet aan waag. Daar ik niets persoonlyks van de handelswyze zooals deze door Meinema gezien is, geconstateerd heb, doch daar hy positief in zyn verklaring is, heb ik Tavenier voorloopig Proces-Verbaal aangezegd. De peren die Tavenier op voornoemde auto had neergegooid waren inmiddels door Meinema medegenomen en weer aan H. van Dyk teruggegeven. De zak waarin voornoemde artikelen hadden gezeten is door my in beslag genomen.
De hoofdvertegenwoordiger der firma Zwartouw, genaamd Nieghoudt heeft Tavenier direct overgeplaatst naar ander werk en my toegezegd dat geen van beide personen meer op het terrein van de Centrale Markt te werk gesteld zullen worden.
Amsterdam, 7 October 1941.
de controleur
(handtekening)
Aan den Heer Bedryfschef
b/h Marktwezen Het document is een verslag van een diefstal van levensmiddelen (peren en wortelen) op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee arbeiders van de firma Zwartouw worden beschuldigd van het ontvreemden van ongeveer 20 kilo peren van de grossier H. van Dyk.
Kernpunten:
* Verdachte 1: Stephanus Adrianus Bakker. Hij vluchtte aanvankelijk weg, werd later gevat en bekende de goederen bij zich te hebben ("gevonden"), maar ontkende diefstal. Hij werd op staande voet ontslagen.
* Verdachte 2: Jan Tavenier. Hij ontkende elke betrokkenheid en wees op het risico van zijn baan. Ondanks gebrek aan direct bewijs door de controleur zelf, werd hij door een getuige (Meinema) aangewezen en kreeg hij een proces-verbaal.
* Bedrijfscultuur: De firma Zwartouw werkte voor de Weermacht. Het feit dat de diefstal plaatsvond door personeel van een firma die voor de bezetter werkte, maakte de situatie extra precair. De hoofdafgevaardigde van het bedrijf greep direct in door ontslag en overplaatsing. Dit rapport is opgesteld in oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de oorlog is op drie manieren zichtbaar in dit document:
- Voedselschaarste: Hoewel de beruchte Hongerwinter nog jaren weg was, was de distributie van voedsel in 1941 al streng gereguleerd. Diefstal van 20 kilo peren was in die tijd een aanzienlijk vergrijp tegen de voedselvoorziening.
- Duitse aanwezigheid: Er wordt expliciet vermeld dat de firma Zwartouw voor de Weermacht werkte. Bedrijven die voor de Duitse bezetter werkten, stonden onder strikt toezicht; wangedrag van personeel kon de relatie met de bezetter schaden.
- Toezicht: De Centrale Markthallen waren cruciaal voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De controleurs hadden een belangrijke taak in het handhaven van de orde en het voorkomen van de zwarte handel. De Jan van Galenstraat, waar de aanhouding plaatsvond, is nog steeds de locatie van de Amsterdamse Food Center. C.M. Ik H. van Dyk Marktwezen